Verslagen diverse bijeenkomsten van de astronomieclub in het seizoen 2010 - 2011

Terug naar hoofdpagina astronomie      Naar astronomie

 

Seizoen

2010- 2011

Onderwerp

Plaats voor foto

5 oktober Planeten in ons zonnestelsel

Er zijn tegenwoordig 8 planeten bekend die, samen met de manen- planetoïden- kometen- meteoren- dwergplaneten en de zon ons zonnestelsel vormen.

Pluto: Op 24 augustus 2006 werd op het 26ste congres van de IAU in Praag beslist dat een planeet een object is dat door zijn eigen zwaartekracht rond is, zich in een baan rond de zon moet bevinden én de omgeving van zijn baan schoongeveegd moet hebben van andere objecten. Pluto voldoet wel aan de eerste twee voorwaarden maar niet aan de laatste. Daardoor verloor Pluto zijn status van planeet, een status die hij 76 jaar lang voerde. Omdat Pluto wel aan de andere criteria voor planeet voldeed werd een nieuwe categorie in het leven geroepen die Pluto en vergelijkbare hemellichamen moet onderscheiden van de miljoenen andere objecten in ons zonnestelsel; Pluto staat sinds die datum samen met "Eris" en "Ceres" te boek als een dwergplaneet. Nadien zijn er nog meer objecten die ook de status van dwergplaneet gekregen hebben, er wordt verwacht dat dit aantal zich nog verder zal uitbreiden.

Omloopbanen van de planeten
Hoe groot de afstanden in het zonnestelsel zijn wordt pas duidelijk als ze vertaald worden naar menselijke verhoudingen. Stel dat de Zon met een diameter van 14 meter op het Domplein van Utrecht ligt, dan ligt Mercurius op 580 meter afstand op het Vredenburg. Mercurius is dan maar 5 centimeter groot. Venus bevindt zich ter hoogte van de Jaarbeurs (1,1 km afstand) en is 12 centimeter groot. De Aarde ligt op de Muntkade (1,5 km) met een afmeting van 13 centimeter. Mars bevindt zich op het Oktoberplein (2,3 km) en is 7 cm. Vervolgens komt Jupiter (1,4 m groot) net iets ten westen van De Meern op 7,8 km afstand. Bij Woerden ongeveer (14 km afstand) ligt Saturnus (1,2 m groot). Uranus ligt dan bij Reeuwijk op 29 km afstand en is 50 cm groot. Neptunus ligt bij Zoetermeer (45 km) en is ook 50 cm groot, en tot slot ligt Pluto op de pier in Scheveningen (59 km) en is 2 cm groot.

Planetoiden
Tussen Mars en Jupiter ligt een band met planetoïden, de planetoïdengordel. Voorbij Pluto bevindt zich ook een wolk met kleinere hemellichamen, de Kuipergordel.

De planetoïden kunnen ingedeeld worden volgens grootte, oorsprong, samenstelling en mogelijk gevaar voor inslag op de aarde. Enkele planetoïden zijn sinds 1991 door ruimtesondes van dichtbij gefotografeerd waaronder Gaspra, Ida, Eros, Mathilde, Braille, Annefrank en Itokawa. Deze foto's laten zien dat het onregelmatige, aardappelvormige steenklompen zijn, met veel kleine en soms grotere kraters. Anders dan planeten hebben planetoïden geen bolvorm. Dat komt doordat ze zo klein en licht zijn. Hoe meer massa een planetoïde of planeet heeft, des te groter is de zwaartekracht aan het oppervlak. Daardoor kunnen uitstulpingen en bergen inzakken door hun eigen gewicht. Bij planetoïden is deze kracht meestal veel te gering om invloed te hebben. Van een aantal planetoïden is inmiddels bekend of bestaan sterke aanwijzingen dat ze wel zwaar genoeg zijn om onder hun eigen zwaartekracht een bolvorm aan te nemen.

Frans Kint

De zon met de 8 planeten en tussen Mars en Jupiter de planetoïdengordel. Ook Pluto is aanwezig als "dwergplaneet".

 

Groottes van de eerste tien planetoïden (op nummer) vergeleken met de diameter van de maan.

 

Zonnestelsel gezien vanaf 108,540 AE van de Zon   (Bron: Celestia)

8 oktober Lezing over de "Big Bang"

Wetenschappers over de hele wereld zetten alles op alles om de geheimen van het ontstaan van ons bestaan te ontrafelen. Vooral  de eerste seconde na de "Big Bang" is cruciaal in de ontstaansgeschiedenis van het universum. Vanaf die eerste seconde hebben de wetenschappers zich al een aardig beeld kunnen vormen over de "ontwikkelingsstadia van het universum". (Zie hiervoor het plaatje hiernaast, welke afkomstig is van de Nasa website: ). Maar men is vooral geïnteresseerd in dat ene minimale moment, dat kleine deel van een seconde, pal na de "Big Bang". De lezing van vanavond ging dus vooral over die ene seconde, van 1 tot 10 tot de - 18e  deel van die seconde. Want zover is men momenteel gevorderd. Het ging dus over de wetenschap die beschrijft hoe het heelal is ontstaan uit een immens heet en extreem klein puntvormig begin "singulariteit" (met een temperatuur van 10 miljard graden C), over "roodverschuiving" en het "Dopplereffect", de 4 functionele en universele krachten t.w.: Gravitatie- kleine- en grote kernkracht en elektromagnetischekracht. Ook de kosmische achtergrondstraling, het "gravitatie tijdperk" met z'n 11 dimensies- CMB achtergrondstraling en C/P violation, "donkere materie" en het nog geheel onbekende terrein van de "donkere energie" en de "Higg deeltjes". Met heeft grote verwachtingen van de experimenten met de enorme "deeltjesversneller" welke diep onder de grond, op de grens van Zwitserland en Frankrijk, is gesitueerd. 

Deze Large Hadron Collider (LHC), is het grootste door mensen gemaakte apparaat ter wereld en wordt gebruikt om natuurkundig onderzoek aan elementaire deeltjes te doen. De LHC is gebouwd door CERN en is op 10 september 2008 voor het eerst in gebruik genomen. De LHC is voorlopig de krachtigste versneller, maar er staan nog zwaardere en krachtiger machines op de tekentafel, zoals de ILC (International Linear Collider), die ergens tussen 2015 en 2020 in gebruik moet worden genomen.

Er zijn vier belangrijke argumenten die aantonen waarom het heelal uit een oerknal moet zijn ontstaan:

  • Spectroscopische waarnemingen van sterrenstelsels duiden erop dat het heelal uitdijt. Dit kan alleen verklaard worden als sterrenstelsels oorspronkelijk in één punt zijn ontstaan. De belangrijkste aanwijzing hiervoor is dat hoe verder sterrenstelsels van ons af staan, hoe sneller ze zich van ons verwijderen. De roodverschuiving is de belangrijkste indicatie hiervan.
  • De kosmische achtergrondstraling die in 1965 door Arno Penzias en Robert Wilson is waargenomen, lijkt van alle kanten te komen. De oerknaltheorie biedt een consistente verklaring voor deze straling.
  • De oerknaltheorie beschrijft nauwkeurig de verhouding van lichte elementen als waterstof en helium die tijdens de oerknal zijn ontstaan.
  • Uit de algemene relativiteitstheorie van Einstein kan een oerknal worden afgeleid, mits de materie in het heelal homogeen verspreid is.

Dankzij de WMAP sonde (Wilkinson Microwave Anisotropy Probe) kwamen de wetenschappers er achter dat de eerste sterren eerder waren ontstaan dan gedacht: 200 miljoen jaar na de oerknal. Ook kon de ouderdom van het heelal nauwkeurig (met een marge van ± 1%.) worden vastgesteld op 13,7 miljard jaar. Een ander wetenschappelijk resultaat is de bevestiging van de voorspelling van de inflatietheorie dat het heelal niet gekromd is, maar vlak. In oktober 2010 kwam er een einde aan deze ruimtemissie, toen de sonde zijn Lagrangepunt verliet en in een baan om de zon terechtkwam.

Over 100 miljard jaar zullen de huidige pijlers waarop de theorie van de oerknal rust bijna volledig zijn uitgewist. De kosmische achtergrondstraling is dan zodanig afgezwakt dat zij in het geheel niet meer waarneembaar is. Ook de uitdijing van het heelal zal dan niet langer waarneembaar zijn, doordat alle sterrenstelsels achter de waarnemingshorizon zijn verdwenen en de intergalactische ruimte dus nagenoeg leeg is. De materie in het heelal lijkt hierdoor ook niet meer homogeen verspreid, waardoor een oerknal niet meer kan worden gededuceerd uit een herontdekte relativiteitstheorie. Tevens is de verhouding tussen de verschillende elementen zodanig veranderd dat zij niet veel meer wegheeft van die tijdens de oerknal en in de huidige situatie.

Na de lezing kwam er nog een film over de oerknal om de verbeeldingskracht een extra prikkeling te geven. Al met al een zeer interessante avond.

Frans Kint

Ontwikkelingsstadia van het universum
(bron: http://map.gsfc.nasa.gov/)

 

Honderd meter onder de grond worden de supergeleidende magneten voor de Large Hadron Collider geïnstalleerd
(Bron: Wikipedia)
 

Ontwerp van de WMAP sonde
(Bron: Wikipedia)

16 oktober Lezing in het kader van de "Tweede wetenschapsavond".

Een "evoluerend heelal" of een "Statisch heelal" dat was een van de onderwerpen op deze zaterdagavond. Daan Meerberg, medewerker van de UVA, gaf de aanwezigen een kijkje in de keuken van de moderne kosmologie.
Pas de laatste 10-15 jaar doet kosmologie mee als wetenschap, daarvoor was het veelal gebaseerd op theoretische wetenschap en speculatieve gronden. Nu is kosmologie een van de meest precisie wetenschappen in de moderne fysica.
Albert Einstein zette in 1915 de kosmologie op z'n kop met z'n relativiteitstheorie. De term "Big Bang" liet de Britse astronoom en kosmoloog Fred Hoyle (1915-2001) voor het eerst in een radio-interview vallen als denigrerende benaming, als onderdeel van het "Evaluerend heelal". Sindsdien is die term een algemeen aanvaard begrip.

Daan Meerberg gaf uitleg over een aantal onderwerpen, betrekking hebbende op de Kosmologie als precisiewetenschap. De inflatietheorie is het onderwerp waarin hij zich heeft gespecialiseerd.
Alan Harvey Guth is een Amerikaanse natuurkundige en kosmoloog en wordt gezien als de grondlegger van de inflatietheorie, een uitbreiding van de theorie van de oerknal. Guth kwam op het idee van de inflatie na het bijwonen van een lezing in 1979 van Robert Dicke over de Big Bang. In 1981 maakte hij zijn theorie wereldkundig. De inflatie theorie gaat terug tot 10 tot de -35 sec na de Big Bang.
We kregen uitleg over diverse "stevige" onderwerpen, zoals o.a.: metingen van achtergrondruis m.b.v  diverse vormen van waarneming (o.a. kosmische en electromagnetische), Scalaire velden (Scalaire velden worden gebruikt, bijvoorbeeld om de temperatuurverdeling in de ruimte aan te geven), de Planck Observatory satelliet
(werd samen met de Ruimtetelescoop Herschel op 14 mei 2009 door de Europese Ruimtevaartorganisatie in de ruimte gebracht.
De satelliet bevindt zich in een baan om het tweede Lagrangepunt. Het doel van deze satelliet is het meten van kosmische achtergrondstraling. Dit is de warmtestraling die kort na het ontstaan van het heelal met de oerknal is uitgezonden en nu pas, meer dan 13,7 miljard jaar later, onze regio van het heelal bereikt. De temperatuur van de achtergrondstraling is in die tijd gedaald tot 3 kelvin.),
donkere materie (Donkere materie is materie in het heelal, die niet zichtbaar is met optische middelen en dus niet te detecteren via de elektromagnetische straling die ons op aarde bereikt. Daarom wordt ze donkere materie genoemd, om haar te onderscheiden van de zichtbare materie. ) en donkere energie (Donkere energie is een nog onbekende vorm van energie in het heelal die verantwoordelijk is voor de versnelling van de uitdijing van het universum. Donkere energie is overal en gelijkmatig verdeeld in het heelal. Het gedraagt zich alsof het een negatieve zwaartekracht uitoefent).
In 2009 (Caldwell en Kamionkowski) wordt gedacht dat de totale hoeveelheid massa/energie van het heelal bestaat uit:
* 4% normale materie (Baryone)
* 22% donkere materie
* 74% donkere energie
Donkere materie wordt verondersteld te bestaan om de waargenomen baanbeweging van verre sterren en afgeplatte spiraalvormig sterrenstelsels (zoals ons eigen Melkwegstelsel) te verklaren op een wijze die zowel consistent is met de zwaartekrachttheorie als met de relativiteitstheorie. De zichtbare materie in deze sterrenstelsels heeft namelijk niet genoeg massa om de bewegingssnelheid van de sterrenstelsels in hun baan om het gemeenschappelijk zwaartepunt te kunnen verklaren. Om de bewegingssnelheid met de bestaande zwaartekrachttheorie en de relativiteitstheorie te kunnen verklaren, veronderstellen astronomen dat er extra materie aanwezig is die tot dusverre niet gedetecteerd kan worden).

De conclusie, na deze avond vol met interessante onderwerpen, was eensluidend: er is de laatste
10- 15 jaar onvoorstelbaar veel vooruitgang geboekt in de kennis over het hoe en waarom maar aan de andere kant zijn er weer zoveel vragen bijgekomen. Voorlopig liggen er dus voldoende uitdagingen op het pad van de kosmologische wetenschappers om de komende tientallen jaren stukje bij beetje de geheimen van ons universum te ontrafelen.
Met dank aan Daan Meerberg voor deze interessante avond.

Frans Kint


Oud
 

De aarde als centrum van het universum

----------------------------------

en nieuw

De Planck Observatory Satelliet

5
november

Het begin: hoe het leven begon

De aarde was in eerste instantie een grote gaswolk die circa 5 miljard jaar geleden is ontstaan en afkoelde. De buitenste laag stolde en werd de vaste korst, waar wij nu op leven. De atmosfeer koelde ook af waardoor het langdurig heeft geregen en geonweerd. Daardoor ontstond de oerzee die gevuld was met oersoep. Hieruit is onder invloed van de hevige UV straling en verschrikkelijk onweer leven ontstaan. Voor ontstaan van leven zijn 4 dingen nodig:

·         Energie – Metabolisme. Moet dus ergens vandaan komen.

·         Lipides – Vetachtige moleculen voor compartiment-vorming.

·         Mogelijkheid tot kopiëren en dupliceren.

·         Emergentie. Het totaal moet meer zijn dan de som van de elementen.

De prille mogelijkheid voor leven ontstond circa 4 miljard jaar geleden, toen helium fuseerde tot koolstof. Dit molecuul biedt de mogelijkheid tot ketenvorming. Naast de anorganische moleculen ontstonden de organische moleculen: aminozuren. Lange ketens van die aminozuren vormen eiwitten. Op nog onbekende manier zijn uit deze organische bindingen de eerste eencellige organismen ontstaan. In eerste instantie waren dit extremofielen: zij leefden in een agressieve omgeving van arsenicum en borium. Door de evolutie zijn uit deze eencellige meercellige ontstaan: vissen, reptielen en uiteindelijk zoogdieren. Waardoor tenslotte een grote verscheidenheid aan planten en dieren is ontstaan zoals wij die nu kennen.

Piet Kil

Een termietenheuvel is een klassiek voorbeeld van emergentie

12 november Jagen op intelligent leven.

"Planeetvorming bij sterren is universeel", dat was het thema van deze avond. Als één procent van alle sterren "aardachtige planeten" (Exoplaneten) zou hebben dan nog zouden we praten over MILJARDEN van die Exoplaneten. De vraag is alleen hoe aardachtig deze dan zijn. Er is sprake van een "bewoonbare zone" rondom een zon. De afstand van deze zone tot de zon is afhankelijk van de temperatuur van die ster. Onze "bewoonbare zone" ligt tussen de banen van Venus en Mars.
En een Exoplaneet moet ook aan een aantal andere voorwaarden voldoen, t.w.:
* de juiste temperatuur, geen grote temperatuurschommelingen.
* zuurstof moet aanwezig zijn
* gesteente-rotsen (dus niet gasvormig) en vloerbaar water hebben,
* een cirkelvormige baan om de zon, elliptisch is dodelijk voor het leven
* geen grote "Jupitervormige" planeet dicht bij bewoonbare zone van de zon.
Is er zuurstof en methaan aanwezig in de atmosfeer van een Exoplaneet dan is er "leven" aanwezig.
Ontvangen we "signalen" van een Exoplaneet dan is er "intelligent leven" aanwezig.
Zoeken naar Exoplaneten kan het beste gedaan worden bij koele zwarte sterren (z.g. rode sterren)Planeten en hun zon hebben een gemeenschappelijk "massa middelpunt".
De animatie hiernaast laat zien dat een planeet gezamenlijk met de zon om een gemeenschappelijk zwaartepunt draaien.  --------------------------------------------------------------------------------------  >
Op 10 lichtjaar afstand zijn er zo'n   40 "zonachtige" sterren.
Op 20 lichtjaar afstand zijn er zo'n 780 "zonachtige" sterren.
Op 30 lichtjaar afstand zijn er zo'n 870 "zonachtige" sterren.
Kennelijk gaat "planeetvorming" in het heelal de natuur dus erg goed af.

De eerste Exoplaneet rond een normale ster werd in 1995 door de Zwitserse astronoom Michel Mayor, bij de ster 51 Pegasi in het sterrenbeeld Pegasus, ontdekt en wordt sindsdien 51 Pegasi b genoemd. Hierna volgden in snel tempo nieuwe ontdekkingen van exoplaneten, zelfs van complete exoplanetenstelsels, zoals Upsilon Andromedae. De zoektocht gaat inmiddels onverminderd door en medio 2006 was het aantal van inmiddels bekende exoplaneten de 200 al ruim gepasseerd. Bovendien maakt steeds verdere verfijning van de gebruikte apparatuur het inmiddels ook mogelijk om niet alleen zeer grote, maar ook kleinere planeten te ontdekken.
 
2006: COROT: Op 27 december 2006 lanceerde het Franse CNES (Centre National d’Etudes Spatiales) in samenwerking met onder meer de Europese ruimtevaartorganisatie ESA vanuit de basis Baikonoer in Kazachstan de satelliet Corot om vanaf een baan rond de aarde naar exoplaneten te zoeken.
2009[: Kepler-ruimtemissie: Op vrijdag 7 maart 2009 om 4u49 CET lanceerde NASA de Kepler-satelliet om de zoektocht naar planeten die meer op onze aarde lijken uit te breiden. Een 100.000-tal sterren zal met de Doppler-methode gemonitord worden om te bepalen hoe frequent "aardachtige planeten" voorkomen.
2010: ESA sterrenwacht in Chili: ESA astronomen hebben een planeet (Gliese 581e- op 6,26 parsec= 20,6 LJ.) ontdekt die onze aardmassa nabij komt. Deze planeet draait om de ster "Gliese 581" en is de 4e planeet die bij deze ster ontdekt is - weegt 1,9 aardmassa's en draait in ca. 3 dagen om zijn zon maar is te heet om leven te bevatten. In 2008 is al een andere exoplaneet (Gliese 581d) om deze ster ontdekt en deze bevindt zich wel in de "bewoonbare zone".

De avond werd afgesloten met een film over de ontwikkelingen in het onderzoek naar Exoplaneten.

Frans Kint

Animatie van een zware exoplaneet rond een ster. Alleen het deel van de exoplaneet aan de sterzijde wordt verlicht. De beweging van de planeet brengt via zijn zwaartekracht de ster in beweging. Beide bewegen om hun gemeenschappelijk zwaartepunt (massacentrum).

Bron: Wikipedia

 

De eerste exoplaneten werden in 1991 ontdekt bij de pulsar PSR 1257+12. Het waren er direct twee, op een afstand van 1000 lichtjaar van onze zon.

 

19
november
Helium 3: Voor de volgende keer naar de maan

Vrij kort na de geslaagde maanlanding van Apollo 11 in 1969 is het Amerikaanse Apollo-programma gestopt. Daar waren een aantal redenen aan te voeren: de oorlog in Vietnam en de algemene opinie van iedereen over de hoge kosten van het programma. Nu is echter het project nieuw leven ingeblazen. De reden daarvoor is helium 3.
Helium 3 is een tussenproduct bij het kernfusieproces van waterstof naar helium 4. Dit proces levert de enorme energie die in de zon optreedt. In de 842 kg steen en stof die door Apollo 11 van de maan is meegenomen zit een forse hoeveelheid helium 3. Bij proefnemingen om het kernfusieproces te simuleren werd een kleine hoeveelheid (ca 0.01 g) helium 3 bij zeer hoge temperatuur samengesmolten met waterstof. De vrijkomende hoeveelheid energie was enorm. Wel was 80% van de energie in de vorm van neutronen, zodat de reactor op korte tijd corrodeerde, maar door de waterstof te vervangen door helium 3 gas komen veel minder neutronen vrij.

Het helium 3 wordt in grote hoeveelheden door de zon uitgestoten en door de zonnewind de ruimte in geblazen. Door de aanwezigheid van de aard-atmosfeer kan het helium 3 de aarde niet bereiken. Op de maan ontbreekt zo een afschermende atmosfeer, zodat daar gedurende miljarden jaren helium 3 stof is gevallen. Helium 3 komt daar dan ook in grote hoeveelheden voor.

De hoogste concentraties helium 3 worden bij de maanpolen aangetroffen. Dit is voor exploitatie zeer aantrekkelijk, omdat daar de gehele tijd de terminator (scheidingslijn licht-donker) aanwezig is, zodat de temperatuur daar gematigd is.

Amerika heeft dan ook het plan opgevat om circa 2017 een basis op de maan te bouwen en vanaf circa 2020 het helium 3 te exploiteren. Er ontstaat waarschijnlijk een nieuwe race tegen de klok omdat ook China, Rusland, Japan, India en Europa plannen in die richting ontwikkelen.

Piet Kil

Helium in een gas- ontladingslamp

 

Schijngestalten van de maan

25
november
Lezing door Mw. Tjibaria Pijlo: Wormgaten 

"Als een worm van de ene naar de andere kant van een appeltje wil, dan kan hij rondom het appeltje gaan, of hij kan een gaatje maken, waardoor hij binnendoor kan gaan. Als hij een gaatje maakt –een wormgat– dan hoeft hij een korter stukje te reizen en is hij sneller aan de andere kant van de appel. Zo zijn ook de wormgaten in de natuur– en sterrenkunde “shortcuts”: shortcuts in plaats én tijd. De Algemene Relativiteitstheorie van Einstein staat toe dat wormgaten, waaronder ook de bekende Einstein-Rosen bruggen, kunnen bestaan. Deze wormgaten zijn gedefinieerd als structuren die twee ruimtetijd-coördinaten verbinden. Dit zou betekenen dat door het bestaan van wormgaten het niet alleen mogelijk zou zijn om binnen korte tijd enorme afstanden af te leggen, maar ook om in de tijd te reizen. Via zwarte gaten komen in de lezing begrippen als relativiteit en 4D-ruimtereizen aan de orde, om uiteindelijk in te gaan op wormgaten en de nodige vragen die ze oproepen."

Bovenstaande tekst is in het kort het thema van deze avond, op een beeldende en begrijpende wijze uitgelegd door Mw. Tjibaria Pijlo van de universiteit Leiden, afd. sterrenkunde.
Onderwerpen zoals de ontwikkeling van de sterren, Nova en supernova en zwarte gaten gingen vooraf aan de behandeling van de algemene relativiteitstheorie.

Deze voorspelt o.a. dat een grote massa de tijdruimte zo vervormt, dat voorwerpen binnen de waarnemingshorizon alleen naar het zwart gat kunnen invallen. Als de kern van de exploderende ster meer dan ongeveer 5 keer zo zwaar is als de zon (de Oppenheimer-Volkofflimiet), implodeert de kern van de ster uiteindelijk tot een zwart gat. Volgens de algemene relativiteitstheorie kan deze massa worden opgevat als geconcentreerd in een singulariteit. Dit kan een punt, een ring of een bol zijn - daarover zijn de geleerden het niet in alle gevallen eens.
Een wormgat (ook bekend als een Einstein-Rosen brug) is de verbinding van 2 ruimtetijdpunten: van de ene tijd naar de andere tijd / van de ene plaats naar de andere plaats. Wormgaten zijn nog nooit waargenomen maar, middels de relativiteitstheorie bepaald. Een wormgat is dus hypothetisch.
Er is meer kennis van de "Kwantum gravitatie" nodig (is een- voorlopig nog niet helemaal begrepen-  theorie welke de twee fundamenteelste natuurkundige theorieën die bekend zijn met elkaar verenigt: kwantummechanica en relativiteitstheorie.) om te kunnen begrijpen of het echt bestaat.
De meeste zwarte gaten zijn de overblijfselen van hypernova- of supernova-explosies.
Er worden vier soorten zwarte gaten onderscheiden: t.w.:
1) Miniatuur zwarte gaten: met afmetingen tussen die van een proton (10-15 meter) en een Planckdeeltje (10-35 meter)
2) Stellaire zwarte gaten: met een massa van omstreeks 5 tot 100 zonnemassa's die ontstaan zijn uit een supernova van een zware ster.
3) Middelgrote zwarte gaten: met een massa van 500 tot 1000 zonnemassa's
4) Superzware zwarte gaten: met een massa van meer dan een miljoen keer de massa van de zon

Rond een zwart gat is er een denkbeeldig oppervlak dat als grens optreedt, de waarnemingshorizon, vanwaar licht nog net aan de zwaartekracht van het zwarte gat kan ontsnappen. De moeilijkheid met het waarnemen van zwarte gaten in het heelal is dat ze door hun sterke zwaartekrachtsveld geen licht kunnen uitstralen. Waarneming van deze hemellichamen is daardoor alleen indirect mogelijk, bijvoorbeeld door het gedrag van sterren in de onmiddellijke nabijheid te bestuderen.
De "Schwarzschildradius" of -straal (genoemd naar Karl Schwarzschild, die het effect in 1916 bedacht heeft) is de grensradius of -straal van een rond object (meestal een zwart gat) vanaf waar de ontsnappingssnelheid gelijk staat aan de snelheid van het licht.
Objecten die een grotere "Schwarzschildradius" hebben dan hun eigenlijke straal kennen we ook als zwarte gaten.

Al met al was de tijd weer veel te kort, waren er duizend- en een vragen en behoort het "reizen door een wormgat" nog tot de wereld van verbeelding. Het was weer een leerzame avond met dank aan Mw. Tjibaria Pijlo.

Frans Kint

Een wormgat, ook bekend als een "Einstein-Rosen brug".

Een afbeelding van een zwart gat met een begeleiderster (geel) die zijn "Rochelob" gevuld heeft. Gas uit de begeleider valt naar het zwarte gat en vormt een accretieschijf (blauw).

 

Simulatie van een zwaartekrachtlens ten gevolge van een zwart gat dat het beeld van een passerend melkwegstelsel in de achtergrond vervormt en even een ring van licht veroorzaakt

2011
14
januari
Hoe het leven begon II.

De ouderdom van de aarde is ca. 4,56 miljard jaar. Het eerste leven moet ontstaan zijn uit zelfreproducerende moleculen in de oceanen, volgens sommige interpretaties al rond 3,8 miljard jaar geleden. Met deze wetenschap gingen we verder opstap langs de lange tijdslijn van het leven welke vol staat van dupliceren en kopiëren. Voor Leven voor zijn 4 onderdelen noodzakelijk:
1- Energie (aminozuren e.d.) , 2- metabolisme (breken van moleculen) , 3- Ripiden, 4- Duplicatie/kopiëren 
(door "blunders of variaties" in de evolutie zijn 1 cellige naar meercellige ontwikkeld en is uiteindelijk de mens ontstaan. De evolutie werkt daar volop mee)    "Emergency" is ook een belangrijke factor voor het leven. (= meer dan de som der delen. één muzieknoot geeft nog geen muziek en muziek is meer een noot. Het mooiste voorbeeld is ons brein; één hersencel is nog niets , ons hele brein geeft ons het vermogen tot denken en handelen.)  Darwin kende niet de oorsprong van het leven maar doorzag wel de structuur en de organisatie van het leven.

De theorie die door de wetenschap op het ogenblik het meest is geaccepteerd is, dat het leven op aarde is ontstaan door niet-organische (niet tot het planten- of dierenrijk behorende) verbindingen en basiselementen, die organische van planten en dieren afkomstige) verbindingen vormden (verbindingen die koolstof(C), waterstof(H) en zuurstof(O) bevatten) en uiteindelijk cellen.

Ook de zon was anders. Aangenomen dat deze zich op dezelfde wijze heeft ontwikkeld als andere sterren van haar formaat en samenstelling, moet de zon 25 tot 30 % minder heet zijn geweest dat nu. Als je de zon nu zover zou kunnen temperen, zou de aarde afkoelen en zouden de oceanen bevriezen. We weten zeker dat dit niet is gebeurd sinds het leven verscheen, aangezien bijna alle levensvormen temperaturen boven het vriespunt nodig hebben om te kunnen gedijen. Warmbloedige dieren, die hun eigen lichaamstemperatuur reguleren, ontwikkelden zich pas betrekkelijk kort geleden.  De gangbare verklaring voor deze paradox is dat het broeikaseffect van de vroege aarde sterker was, waarschijnlijk vanwege de grote hoeveelheid koolstofdioxide in de atmosfeer. In de loop der tijd daalde het gehalte aan broeikasgassen en is de zon feller gaan schijnen, zodat de temperatuur aan het oppervlak aangenaam is gebleven voor het leven. Hierin zien wij een bewijs van een "gaiaans" regelmechanisme. Het leven op deze planeet regelt actief de temperatuur en bewerkstelligt hierdoor een natuurlijk evenwicht.  

Zo wandelden we verder over de tijdlijn van het leven. Louis Pasteur (hij vernietigde de theorie van "spontane voortplanting"), Jurian Miller (experimenten in 1952 met "oeratmosfeer), DNA ( ) en RNA ( ), In 1969 werd in Australie een meteoriet van de planeet Mars gevonden welke vol zat met organisch materiaal / aminozuren. "Stofwolken" in de ruimte zijn geanalyseerd, daarin zaten ook aminozuren. Het leven kan dus onder bijna alle (extreme) omstandigheden plaats vinden: onder de grond- zonder licht- onder hoge/lage druk- wel/geen zuurstof, etc.
En we besloten de avond in de wetenschap dat de natuurwetten universeel zijn maar we nog steeds niet weten hoe en waar het leven begon.

Frans Kint

 

21
januari
De 5 onopgeloste raadsels.

Draait er een dubbelster om onze zon, kunnen we reizen door de tijd, waar is de antimaterie gebleven, waar is het water van de planeet Mars gebleven en wat was er voor de Big Bang?
Dat waren de 5 prangende vragen voor deze avond. Hieronder een zeer korte samenvatting van hetgeen wij vanavond over ons heen kregen.

1) 1 x in de 26 miljoen jaar sterft alles op aarde, deze strikte regelmaat is terug te vinden in de geologische structuur van onze aarde. Wat is de oorzaak van deze "Permische uitsterving" waarbij zo'n 90% van het leven in de oceanen en 80% van het leven op land uitsterft.  (
Richard A. Muller= natuurkundige in de VS-  heeft in een hypothese (Nemesis hypothese) gemeld dat er een 26 miljoen jarige cyclus is in het massaal uitsterven van soorten op Aarde. Volgens deze hypothese zou onze zon een kleinere ster als begeleider hebben die elke 26 miljoen jaar in de buurt van de Oortwolk zou komen en daar de baan van kometen zou verstoren, waarvan een deel op Aarde terecht komt en zo verantwoordelijk zou zijn voor een uitstervingsgolf. Er zijn nooit directe aanwijzingen voor een dergelijk object gevonden en de cyclus van 26 miljoen jaar in het uitsterven van organismen op Aarde staat ter discussie.) Deze dubbelster zou zijn van de categorie "Rode dwergster" of " Bruine dwergster". De meeste sterren in ons melkwegstelsel zijn meervoudig, dus onze zon zou dat ook kunnen zijn en Nasa zoekt naar deze dubbelster. De elliptische baan van deze dwergster zou tot ver buiten de v Oortwolk gaan, tot zo'n 2,5 a 3 lichtjaar
15 miljoen jaar geleden was de laatste uitsterving, we hebben dus nog zo'n 11 miljoen jaar te gaan.

 2) Tijdreizen is een geliefd onderwerp in de sciencefiction, maar ook wetenschappelijk is men er mee bezig. Serieuze natuurkundigen als Paul Davies en Kip Thorne denken dat tijdreizen mogelijk is. Bij het denken over tijdreizen ontstaan vaak paradoxen zoals de 'grootvaderparadox'. Deze kan als volgt geformuleerd worden: "Als ik terugga in de tijd en ik dood mijn grootvader, hoe is het dan mogelijk dat ik besta?". De mogelijkheid van tijdreizen zet dan ook het hele begrip van causaliteit op zijn kop. Een mogelijke oplossing volgens sommige kosmologen is dat bij iedere ingreep in een tijdlijn in het verleden een nieuwe parallelle tijdlijn / een parallelle universum ontstaat zodat er geen paradox meer is. Ruimte en tijd zijn aan elkaar "gelinkt".

3) Om direct met de deur in huis te vallen: het raadsel van de antimaterie is kortgeleden wetenschappelijk opgelost. Deze boodschap kregen we mee bij de behandeling van dit onderwerp. Vlak na de oerknal was er een bijna gelijke hoeveelheid materie / antimaterie. Bijna want als er net zoveel antimaterie al materie geweest zou zijn dan waren wij er niet en was er alleen nog maar energie. Als materie in botsing komt met antimaterie heffen ze elkaar op en komt er enorm veel energie vrij in de vorm van straling. (Positronannihilatie is de reactie tussen een elektron en een positron waarbij beide deeltjes elkaar per paar als het ware "uitwissen" (annihileren), doordat de massa van de deeltjes volledig wordt omgezet in gammastraling, een van de hoedanigheden van energie. Per elektron-positron-paar dat annihileert, komen er twee fotonen gammastraling vrij. Positronannihilatie wordt toegepast in materiaalkundig onderzoek met name van polymeren en bij medisch onderzoek door middel van positronemissietomografie (PET)). Materie (electron) en antimaterie (positron) vinden dus hun toepassing in o.a. de geneeskunde.

4) Mars was een planeet met water..... waar is dat gebleven?  Mars heeft in het "Hesperisch tijdperk" zijn ozonlaag en magnetisch veld verloren = verlies van de atmosfeer ------- > water wordt door UV straling gesplitst in waterstof en zuurstof ----- > het waterstof is weggeblazen de ruimte in. Blijft over de vraag: Waarom? (Hesperisch tijdperk: 3,0 - 2,5/2,0 miljard jaar geleden. Vernoemd naar de vlakte Hesperia op het zuidelijk halfrond. Mars droogt op, het oppervlak wordt stoffiger. Veel water uit het Noachische tijdperk bevriest mogelijk ondergronds. Rivieren stromen nog maar verdwijnen langzamerhand. Sporadisch smeltwater veroorzaakt mogelijk inzakkingen en overstromingen. Amazonisch tijdperk: 2,5/2,0 miljard jaar geleden - heden. Vernoemd naar jonge lavavlakte Amazonia Planitia op het noordelijk halfrond. Minder geologische activiteit: minder vulkanisme en inslagen. Het oppervlak is droog en stoffig, al stroomt er af en toe vloeistof (gesmolten ijs) diep tussen de rotsen. Soms komt het aan het oppervlak.)

5) Big Bang = het begin van tijd en ruimte. Vanaf de eerste seconde van de oerknal weten we al veel af. (Zie het plaatje bij 8-oktober hier boven) Maar van daar voor........ nog helemaal niets!  De "Kosmische echo's" kunnen geen informatie geven van voor de oerknal. Onlangs zijn in "staande golven" (t.g.v.de oerknal) patronen ontdekt. Het "Lisa Project" van NASA (the Laser Interferometer Space Antenna, is a joint NASA–ESA mission to observe astrophysical and cosmological sources of gravitational waves of low frequencies (0.03 mHz to 0.1 Hz, corresponding to oscillation periods of about 10 hours to 10 seconds). This frequency band contains the emission from massive black-hole binaries that form after galactic mergers; the song of compact stellar remnants as they slowly spiral to their final fate in the black holes at the centers of galaxies; the chorus of millions of compact binaries in our own Galaxy; and possibly the faint whispers of waves generated shortly after the Big Bang.) zal mogelijk meer inzicht geven in de ontstaansgeschiedenis van het heelal.
"We leven in een bijzonder heelal.
Een heel klein beetje meer zwaartekracht, een heel klein beetje meer antimaterie"   -------- >
                           en ons heelal was er niet!!!!!!!!!!!

Frans Kint

De v Oortwolk ver buiten ons zonnestelsel

 

De eerste positron waargenomen

 

 

NASA: Het Lisa project in de ruimte

Gravity is talking- Lisa will listen.

 

28
januari

 

Naar het eind van het heelal- deel 1

Vanavond het eerste deel van de reis naar "het einde van het heelal". We reizen vanaf de zon naar het beginpunt van de "Interstellaire ruimte" en passeren de planeten:

Bestemming v/a de zon  afstand  in km Beschrijving
Mercurius 57.910.000 =
0,38 AE
Mercurius kent enorme temperatuurverschillen. Overdag is de temperatuur 430 graden en `s nachts -180 graden. De atmosfeer van Mercurius is ijl, 10-12 bar, en bestaat voornamelijk uit sporen van zuurstofgas, natrium en waterstofgas. De kern van Mercurius bestaat hoofdzakelijk uit ijzer en is relatief groot. Rondom de kern bevindt zich een mantel van zo'n 600 km dik die voornamelijk uit siliciumoxiden bestaat. De dichtheid is, ondanks de grote hoeveelheid ijzer, met 5430 kg/m3 iets kleiner dan die van de Aarde.
Venus 108.208.930=
0,72 AE
De gemiddelde temperatuur is zo'n 480 °C . Het  geel/ oranjekleurige wolkendek draait sneller om de planeet dan zij zelf draait, waardoor er windsnelheden tot 100 m/s kunnen optreden. De atmosfeer van Venus is zeer dicht en bestaat voor het overgrote deel (96%) uit koolstofdioxide. De hoge druk (circa 90 bar), de hoge temperatuur en de koolstofdioxideconcentratie maken iedere ons bekende vorm van leven op Venus onmogelijk. In het centrum ligt een kern van ijzer met een diameter van ongeveer 3000 km. Daaromheen bevindt zich een mantel van gesmolten gesteente. Aan de buitenkant ligt een korst met een dikte van 50 km. De dichtheid van Venus is bijna gelijk aan die van de Aarde, nl. 5250 kg/m3.
Aarde 149.597.870 =
1 AE
Radiometrische dateringen hebben uitgewezen dat de Aarde 4,57 miljard jaar geleden is ontstaan en het leven maximaal 1 miljard jaar daarna. De Aarde bezit een natuurlijke satelliet, de Maan. De diameter van de Maan bedraagt ongeveer een kwart van die van de Aarde.  De aantrekkingskracht van de Maan veroorzaakt getijden in de oceanen, stabiliseert de hellingshoek van de aardas en doet de rotatiesnelheid van de planeet langzaam afnemen.
Mars 227.936.640 =
1,52 AE
De oppervlaktetemperatuur op Mars kan tussen -140 °C (in de poolwinter) tot 20 °C (in de zomer) variëren. De samenstelling van de atmosfeer : hoofdzakelijk koolstofdioxide (95%), aangevuld met stikstof (3%), het edelgas argon (1,6%) en verder sporen zuurstof, methaan en water. Het modelleren van het binnenste van Mars leidt tot de veronderstelling van een kern met een straal van ongeveer 1480 km. Deze kern bestaat uit ijzer aangevuld met 14-17% zwavel en kleinere hoeveelheden andere elementen, waaronder nikkel.
Jupiter 778.412.010 =
5,2 AE

Jupiter heeft ongeveer de grootste omvang die een planeet kan bereiken; planeten met meer massa krimpen door de zwaartekracht. Een ster kan alleen groter zijn doordat de kernreacties in de kern een tegendruk uitoefenen die het krimpen voorkomt. Hoewel Jupiter naar men aanneemt vrijwel geheel uit gas bestaat heeft hij, in vergelijking met de andere dergelijke planeten in ons zonnestelsel, de grootste massa. De massa van Jupiter is zelfs ongeveer 2,5 keer groter dan de andere zeven planeten samen. Jupiter heeft minstens 63 natuurlijke satellieten. De rotsachtige kern van Jupiter,diameter van 14 000 km, bestaat deels uit nikkel-ijzer en deels uit gesteente, en heeft een temperatuur van 25 000 K. Daar omheen bevindt zich een ongeveer 40 000 km dikke laag van metallisch waterstof (90%) en helium (10%). Door een relatief dunne overgangslaag wordt deze laag gescheiden van de buitenste laag van vloeibaar moleculair waterstof die een dikte van 20 000 km heeft waarbij naar binnen toe de temperatuur en druk toenemen. Behalve waterstof en helium komen in lagere concentraties ook methaan, ethaan en koolstofdioxide voor.

Saturnus

De laatste inzichten in het ringensysteem van Saturnus zijn dat het een stelsel is van talloze minieme, afzonderlijke ringen met smalle, lege afscheidingen tussen deze ringen. De ringen zijn gemiddeld slechts zo'n 20 meter dik en bestaan uit ijs en meteorietstofdeeltjes. Het hele stelsel is concentrisch, wat veroorzaakt wordt door de vele maantjes van Saturnus, die zwaartekrachtschommelingen ondergaan en veroorzaken.
1.426.725.400 =
9,53

In het centrum van Saturnus bevindt zich een rotsachtige kern, daaromheen een mantel van vloeibaar metallisch waterstof, gevolgd door een laag van moleculairwaterstof. De temperatuur in de kern bedraagt 12 000 K. Als gevolg van het Kelvin-Helmholtz mechanisme straalt Saturnus meer energie uit dan hij van de zon ontvangt. Deze energie-uitstraling wordt versterkt door de wrijvingswarmte die vrijkomt wanneer helium in de mantel tegen waterstof botst. Als gevolg van zijn snelle rotatie (10h 14m aan de evenaar, 10h 41m op hogere breedtegraden) is Saturnus naar de polen toe behoorlijk afgeplat en het verschil tussen diameter tussen de polen en de evenaar bedraagt bijna 10% (120 536 km vs. 108 728 km). De gemiddelde dichtheid is slechts 0,687 kg/l. Als enige planeet in ons zonnestelsel is dit kleiner dan de dichtheid van water. Als je een bak met water zou hebben waar Saturnus in zou passen, zou de planeet blijven drijven.

Uranus 2.870.972.200 =
19,19 AE
Uranus vertoont grote overeenkomsten met de kern van Jupiter en Saturnus.  Het grote verschil met deze planeten is de afwezigheid van een omringende mantel van metallisch waterstof. De kern bestaat vermoedelijk uit nikkelijzer en silicaten met daaromheen een mantel van water, methaan, ammoniak en waarschijnlijk nog enkele losse elementen. Aan de buitenkant bevindt zich een laag van vloeibaar waterstof, helium en methaan, welke stoffen naar het oppervlak toe steeds meer gasvormig worden. Het magnetisch veld van Uranus wordt gevormd door de aanwezigheid van hoog geleidende deeltjes diep in de vloeibare mantel van de planeet. De voor Uranus karakteristieke cyaan tot blauwe kleur wordt veroorzaakt door de atmosfeer die relatief veel methaan (2,3%) bevat. Dat absorbeert rode en oranje golflengtes uit het zonlicht maar het weerkaatst blauw en groen. In de hogere lagen van de atmosfeer komen stormen voor waarbij de windsnelheid op kan lopen tot 720 km/u.
Neptunus 4.498.252.900 =
30,06 AE
De opbouw van de ijsreus Neptunus vertoont veel overeenkomsten met die van Uranus. De kern bestaat uit (gesmolten) metaal en rots en daaromheen bevindt zich een mantel van gesteente, water,ammoniak en methaan. Naar buiten toe wordt de mantel steeds vloeibaarder en gaat uiteindelijk geleidelijk over in de atmosfeer. Op grotere hoogten bestaat de atmosfeer van Neptunus vrijwel volledig uit waterstof en helium. Lager wordt er ook methaan, ammoniak en water aangetroffen. De relatief hoge concentratie methaan in de lagere atmosfeer veroorzaakt de voor Neptunus karakteristieke blauwe kleur.
Pluto, en overige "dwergplaneten". 5.906.800.000 =
39,49 AE
Traditioneel werden tot ons zonnestelsel negen planeten gerekend. In de jaren '90 van de 20e eeuw werd ontdekt dat de toenmalige negende planeet, Pluto, slechts één van vele soortgelijke objecten in de Kuipergordel was. Naarmate steeds grotere objecten ontdekt werden, zoals Quaoar en Varuna kwam het klassieke aantal van negen planeten onder druk te staan. Met de ontdekking van de nog veel grotere Eris was een nieuwe definitie van planeet noodzakelijk. Volgens de nieuwe definitie wordt Pluto nu een dwergplaneet genoemd en telt ons zonnestelsel acht planeten.

Tussen Neptunes en Pluto passeren we de Kuipergordel, die tot ver voorbij Pluto komt, op zo'n
50 AE. afstand van onze zon. Pluto draai in zo'n 248 jaar zijn rondje om de zon  en na Pluto krijgen we dus diverse "ijsblokken / ijsdwergen". Daarna krijgen we de "Oortwolk" vanaf zo'n 3.000 AE tot zo'n 100.000 AE alwaar we bij de poort zijn aangekomen van de Interstellaire ruimte. De eerstvolgende ster-
 Proxima Centauri - staat op zo'n 266.241 AE  = 4,2 lichtjaar. Maar daar gaan we volgende week naar toe.

Frans Kint

Ons zonnestelsel
(dubbelklikken voor vergroting)

Natuurgetrouwe kleurenweergave van Saturnus, samengesteld uit een reeks van foto's gemaakt door de ruimtesonde Cassini-Huygens

 

 

Viking Marslander

 

Voyager 2

 

Route Voyager 2

De 33 jaar oude Voyager die zich nu op ruim 14 miljard kilometer ( 14.000.000.000 km = 93,6 AE) bevindt stuurde signalen naar de aarde die niet te decoderen waren. De Voyager werkte naar eigen zeggen nog goed. Nasa heeft het probleem inmiddels verholpen. Makkelijk was dat niet aangezien een commando vanaf de aarde er 13 uur over doet om de Voyager te bereiken. Nadat de Voyager drie weken in "spaarstand" heeft gestaan bleek de oorzaak in het computer geheugen te zitten. Een enkel bitje was spontaan van 0 naar 1 gesprongen. Nasa heeft de computer van de sonde gereset en de sonde lijkt nu weer naar behoren te werken.

 

Pluto en zijn 3 bekende manen

4
februari
Naar het eind van het heelal- deel 2

We vervolgen onze reis in ons melkwegstelsel (Als we de Melkweg van opzij zouden kunnen zien, zou zij eruitzien als een schotel (de galactische schijf) met een verdikte kern (de centrale verdikking). De Melkweg is, volgens recente schattingen, samengesteld uit zo'n 400 miljard sterren, waarvan het grootste deel zich in de schijf bevindt. In het centrum van de Melkweg bevindt zich hoogstwaarschijnlijk een supermassief zwart gat, Sagittarius A. De galactische schijf wordt gevormd door diverse spiraalarmen, plaatsen waar de dichtheid van sterren (en vooral die van jonge, lichtkrachtige sterren) groter is dan elders. De Melkweg heeft vier hoofdarmen en minimaal twee kleine armen. De vier hoofdarmen zijn de Sagittariusarm, de Perseusarm, de Cygnusarm en de Centaurusarm. Ons zonnestelsel bevindt zich in een van de kleinere armen, de Orionarm. De armen bestaan uit stofwolken, nevels, jonge en oude sterren.) De eerste (radio) signalen welke wij de ruimte in stuurden zijn op dit moment niet verder gekomen dan zo'n 100 lichtjaar. Daar voorbij is het, wat "aardse signalen" betreft, doodse stilte. De radiosignalen van de Olympische spelen in 1938 zijn nu zo'n 36 LJ ver.
In onderstaand overzicht de verder opbouw van ons heelal.

Naam Afstand t.o.v de aarde of grootte in lichtjaren (LJ)
Melkwegstelsel 100.000 LJ  groot
Krabnevel M1 6.500 LJ
Magelhaense wolken 190.000 LJ
Lokale cluster groep 10 miljoen LJ groot
Andromedastelsel M31 2,7 miljoen LJ
Driehoeknevel 3 miljoen LJ
Virgo- en Canes Venaticiwolk = Lokale supercluster 250 miljoen LJ groot
De grote muur 500 miljoen LJ groot
Grote Sloanmuur > 500 miljoen LJ groot
Begin ---- > Big bang 13,7 miljard LJ

De Krabnevel, ook bekend als M1, is een nevel in het sterrenbeeld Stier (Taurus) die ontstaan is door een supernova. De supernova werd waargenomen op 4 juli 1054 door Chinese astronomen, zowat de vroegste melding van een supernova. In het midden van de nevel staat een fel schijnende neutronenster. De neutronenster draait ongeveer 30 keer per seconde om zijn as, de ster is een pulsar. Op de grens van ons melkwegstelsel aangekomen krijgen we zicht op de "Magelhaense wolken"  en maken we een sprong in de diepte van het heelal. Onze melkweg is een onderdeel van de zogenoemde Lokale Groep van ongeveer 30 stelsels, waartoe ook het "Andromedastelsel" M31 en de "Driehoeknevel" M33 behoren. Deze Lokale groep is weer een onderdeel van de "Canes Venaticiwolk", een "super cluster". De Canes Venaticiwolk maakt samen met de Virgocluster en enkele andere clusters deel uit van de Virgosupercluster of Lokale Supercluster, die meer dan 10.000 melkwegstelsels bevat. De Lokale Groep bevindt zich aan de rand van deze supercluster en beweegt zich momenteel van het centrum af, hoewel de vluchtsnelheid afneemt ten gevolge van de aantrekking door het centrum. De Virgosupercluster als geheel wordt versneld in de richting van de Grote muur, een enorme, in 1986 ontdekte onzichtbare massa  in het sterrenbeeld Norma.  De Lokale Supercluster maakt deel uit van deze Grote Muur, ontdekt in 1989, een aaneenrijging van talrijke superclusters, onder andere de Coma- en Hercules-superclusters. Naast de Grote Muur zijn er nog andere “muren” (waaronder de Grote Sloane-Muur). De superclusters en muren vormen een draderig netwerk van filamenten, waartussen zich enorme superholtes bevinden.
De ruimte is een bijna volmaakt vacuüm. (Er is duidelijk verschil in het vacuüm van buiten de aardse dampkring, de  interstellaire ruimte en de intergalactische ruimte, tussen de sterrenstelsels.). De Big Bang theorie is door wetenschappers algemeen aanvaard en verder terug dan de Big Bang is toekomst muziek. Een eerste stap daarin is gezet op basis van"staande straling", zie verslag 21 januari. Hier eindigde onze reis naar het einde van het heelal, naar het begin van alles.

Frans Kint
 

Geobserveerde en geëxtrapoleerde structuur van de spiraalarmen in onze melkweg.

De krabnevel

Op basis van een groot hemelmozaïek dat is samengesteld, hebben NASA en ESA een drie minuten durende IMAX-film laten maken die een driedimensionale voorstelling van het heelal laat zien.

11
februari
Ontstaan van het heelal --- > wel of geen God

Op de meetlat van "niets weten - alles weten" is de wetenschap is al aardig ver gevorderd met het beantwoorden van de vraag "hoe / wanneer is het gegaan " .......... maar op die zelfde meetlat betreffende de vraag "waarom is het zo gegaan" staan we nog helemaal aan het begin, dat is nog een groot mysterie. Met deze filosofische stelling gingen we deze avond van start.
Singulariteit (
Een singulariteit is in de kosmologie een punt met een oneindig klein volume en een oneindige grote dichtheid. De ruimte-tijd is hier zo sterk gekromd, dat ruimte en tijd feitelijk ophouden te bestaan. Dit heeft onder meer tot gevolg dat ook de in de gewone natuurkunde geldende wetten in een singulariteit niet meer geldig zijn. Wellicht vinden er in of in de buurt van een singulariteit allerlei processen plaats die in de huidige exacte wetenschap nog onbekend zijn. Volgens de oerknaltheorie is het hele heelal ontstaan uit een zeer klein punt, dat in de buurt van een singulariteit kwam. Een echte singulariteit was dit echter (vermoedelijk) niet. De algemene relativiteitstheorie veronderstelt verder voor het huidige heelal minstens twee soorten singulariteiten: het centrum van een zwarte gaten en zogeheten naakte singulariteiten, dat wil zeggen de zichtbare tegenhangers van zwarte gaten (zonder gebeurtenissenhorizon). Van het bestaan van dit laatste verschijnsel is men niet geheel overtuigd, maar er zijn sterke aanwijzingen dat er behalve zwarte gaten inderdaad ook naakte singulariteiten bestaan.) geeft totaal geen informatie, als we het over "voor" de Big bang hebben. Met gebruikmaking van het elektromagnetisch spectrum komen we niet verder dan zo'n 379.000 jaar na de Big Bang. Dan stuiten we op de z.g. "rode waas" waar elektromagnetische straling niet doorheen komt. De klassieke mechanica heeft heel andere wetten dan de kwantummechanica. (Kwantummechanica is een natuurkundige theorie die het gedrag van materie en energie met interacties van kwanta op atomaire en subatomaire schaal beschrijft. De ontwikkeling ervan sinds het begin van de 20e eeuw kan, samen met die van de relativiteitstheorie, beschouwd worden als de overgang van de klassieke natuurkunde naar de moderne natuurkunde) en de "wet op het behoudt van energie" wordt soms geschonden: "kwantumschaduw" heet dat. Wiskundig kan er niet "maar één heelal" zijn, de kans daarop is 10-120 (ook wiskundig bepaald, heel klein dus)

Er zijn dan ook ontzettend veel vragen, zoals:  
* Waar komen de 4 natuurwetten (gravitatiekracht- kleine kernkracht- grote kernkracht en
   elektromagnetischekracht
)  vandaan? En dan ook nog in de juiste verhoudingen, want alleen in deze
  verhouding kan het heelal bestaan.
* Waarom "moeten" er universele constanten zijn, zoals de Hubble constante en de Planck constante
* Waarom is b.v. "proton 1800" zwaarder dan een elektron en waarom staan deze in perfecte verhouding tot elkaar
Waarom is dit alles zo ontworpen en door wie of wat? Zijn er soms meerdere universums?

Aan de meningsverschillen ligt een volstrekt andere vraagstelling ten grondslag. Religie gaat over zingeving van het menselijk bestaan en de verhouding tussen God en mens, terwijl in de natuurwetenschappen de wetmatigheden van de materie centraal staan. Het wel of niet aanvaarden van een schepper in een werkhypothese voor biologie of natuurwetenschappelijke kosmologie gaat volgens hen voorbij aan de vraag naar de zin van het zijn (ontologie, zijnsorde, teleologie, eschatologie) en naar het onderscheid tussen het zijn en het niets. Zowel de oerknaltheorie als de "beginloosheid" van de materie (van Stephen Hawking) geven geen antwoord op de vraag waarom materie überhaupt existeert. Om deze redenen menen de meeste westerse godsdiensten dat de natuurwetenschappen het bestaan van God bevestigen noch ontkennen. Anderzijds meent slechts een enkele natuurwetenschapper dat de natuurwetenschap iets zinnigs te melden heeft over het bestaan van een God. In de woorden van de evolutiebioloog Stephen Jay Gould zijn religie en natuurwetenschap Non Overlapping Magisteria. Tot slot een uitspraak van Stephen Hawking:
 “The question is: is the way the universe began chosen by God for reasons we can't understand, or was it determined by a law of science? I believe the second." Hij voegt er aan toe, "Because there is a law such as gravity, the Universe can and will create itself from nothing.”

                                                                                                                                                                F.K.

Een foto van de achtergrondstraling 379 000 jaar na de oerknal, gemaakt door het WMAP-team van de NASA.

 

Het heelal blijkt voor slechts 4 procent uit atomen te bestaan, materie zoals wij die kennen. De rest wordt gevormd door onbekende koude donkere materie (23%) en donkere energie (73%). Dit is vastgesteld uit waarnemingen met behulp van de WMAP-satelliet in 2003. Waaruit die donkere materie en donkere energie bestaan is nog onbekend.

Bron: Wikipedia

4 maart  De grote structuren van het universum. 
Als voorbeeld: ons zonnestelsel is 100 miljoen x 1 miljard keer kleiner dan de grootste structuur
 (het kosmische web) in het heelal. Het wordt vanavond dus groot en wild.
Superclusters zijn zo'n 2 miljard jaar na de Big Bang ontstaan. Een supercluster is een groepering van clusters van sterrenstelsels. Tussen de superclusters bevinden zich grote ruimten waarin zich vrijwel geen sterrenstelsels bevinden, de superholtes. De Lokale Supercluster omvat meer dan tienduizend sterrenstelsels waaronder onze melkweg. Hij is enigszins afgeplat en ongeveer 150 miljoen lichtjaar lang. Deze Lokale Supercluster is maar één van de vele. De buren zijn onder meer de Perseus-, Pavo-, Indus- en Hydra-Centaurus-superclusters.
In het centrum van onze Melkweg bevindt zich naar alle waarschijnlijkheid een zwart gat: Sagittarius A*. De massa hiervan kan bepaald worden door de banen van sterren te bestuderen die zich in de buurt van het centrum van de Melkweg bevinden. Hij wordt geschat op circa 3,7 miljoen zonsmassa's. Er zijn stellaire zwartegaten die zo'n 100 miljoen x onze zonmassa groot zijn. Dit zijn nog relatieve kleine zwartegaten. Er zijn zwarte gaten die wel 10 miljard x onze zonmassa groot zijn.
Het ging verder over "zeepbellen", "pannenkoeken" en "slierten" om uiteindelijk te eindigen met de structuur ook wel  "voronoi testallatie" genoemd. Het kosmische web is een wel heel grote structuur waar men langzamerhand wat meer van gaan waarnemen en daarmee beter gaan begrijpen.
Het "Lisa Satelliet Project" kan daar in de toekomst een grote bijdrage aan leveren.
(LISA (Laser Interferometer Space Antenna) is een zwaartekrachtgolven detector dat zich in de ruimte moet gaan bevinden. Het systeem wordt gebouwd in een samenwerkingsverband tussen de ESA en de NASA en staat gepland om gelanceerd te worden in 2019. Het bestaat uit drie satellieten op onderlinge afstanden van vijf miljoen kilometer. Door nauwkeurig de afstand te meten tussen de satellieten is het mogelijk zwaartekrachtgolven te detecteren in de frequentieband tussen de 0,03 mHz (milliHertz) en 100 mHz. Het voordeel van het plaatsen van dit instrument in de ruimte ten opzichte van plaatsing op de aarde is dat er in de ruimte minder storende invloeden zullen zijn, zoals voorbijrijdend verkeer of de invloed van de maan. En daarnaast is het natuurlijk praktisch onmogelijk om een dergelijk groot instrument - een driehoek met lengte 5 miljoen kilometer - op een aarde van maar 40.000 kilometer onder te brengen. De kosten van het project bedragen ongeveer 1 miljard euro.)
Met de uitleg over de "Lyman Alpha nevels" (Lyman Alpha Blobs zijn driedimensionale netwerkachtige structuren, waarin sterrenstelsels tot viermaal dichter op elkaar gedrukt zijn dan gebruikelijk. Ze hebben een omvang tot aan ongeveer 200 miljoen lichtjaren. Hun historie zou teruglopen tot minder dan 2 miljard jaar na de oerknal (in 2009 werd Lyman-alpha blob Himiko ontdekt; 12,9 miljard jaar oud; 800 miljoen jaar na de oerknal), waarna ze als een soort gasblazen zijn gegroeid. Dat zou tot een herschrijving van de eerste geschiedenis van het heelal leiden. Het is ook mogelijk dat de klonten restanten zijn van hele vroege supernova's.) besloten we deze interessante avond.
                                                                                                                                                                                                         F.K.

Simulatie van het kosmisch web. Clusters van melkwegstelsels ontwikkelen zich op de knooppunten van het web, daar waar de dichtheid te hoogst is.
bron: Springel et al., Virgo Consortium.
 

Artistieke impressie van de drie LISA satellieten

15 april

Lezing Gravitatie 15 april

Gravitatie, is universeel en heeft invloed op alle deeltjes.
Gravitatie, is dé grote organisator geweest bij het ontstaan van het heelal.
Gravitatie, is de meest raadselachtige natuurkracht: Je hebt er altijd mee  
                te maken, op onze aarde maar ook in het heelal.
Gravitatie, wordt opgewekt door grote objecten en is de “kosmische lijm”
                in het heelal.

Dat waren een aantal stellingen waarmee deze lezing van start ging.

De gravitatiewet van Newton geeft de aantrekkingskracht tussen twee puntmassa's, maar geldt ook voor homogene bolvormige lichamen. Bij de aarde moeten we ermee rekening houden dat deze van binnen niet homogeen is (de massa is niet overal gelijkmatig verspreid).
Dat is één van de oorzaken dat de zwaartekracht op sommige plaatsen op het aardoppervlak groter kan zijn dan op andere, bijvoorbeeld door aanwezigheid van zwaardere steensoorten.
Daarnaast zorgt de rotatie van de aarde om haar as ervoor dat op voorwerpen op aarde naast de zwaartekracht ook een middelpuntvliedende kracht werkt, min of meer tegen de richting van de zwaartekracht in. Hoe verder van de aardas af, hoe groter deze middelpuntvliedende kracht. Op de evenaar is deze kracht het grootst, aan de polen is ze nul. De gemeten zwaartekracht is daarom op hogere breedtegraden groter dan op lagere.
Ten derde is de vorm van de aarde niet zuiver rond maar - onder invloed van de rotatie - bij de polen heel licht afgeplat. De aarde heeft de vorm van een sferoïde. Dat betekent dat men zich op de polen ongeveer 21 km dichter bij het centrum van de aarde bevindt dan op de evenaar, wat de zwaartekracht op de polen iets groter maakt. 

De ruimte is plooibaar, de baan van een planeet wordt gevormd door de ruimtekromming. Maar ook de zon, het melkwegstelsel veroorzaken een ruimtekromming. Gravitatie vervormt dus de ruimtetijd.

Gravitatiegolven gaan met de lichtsnelheid door de ruimte en veroorzaken daardoor een “ruimtetijd kromming”. Het “Lisa project” gaat in de toekomst deze gravitatiegolven registreren.( LISA - Laser Interferometer Space Antenna – zie ook het verslag van 4 maart, hier boven.) De nauwkeurigheid van deze registratie is enorm, 1/1000 deel van een foton. (Fotonen= "lichtdeeltjes" zijn een verschijningsvorm van elektromagnetische straling, Fotonen kunnen binnen een atoom ontstaan als een elektron naar een lagere energietoestand terugvalt en de vrijkomende energie uitzendt in de vorm van een foton.) De verwachting, de hoop, is dan dat men doormiddel van deze registratie dichter bij het ontstaan van de Big Bang kan komen. Waar de elektromagnetische straling niet doorheen kan komen (De “rode waas” , ligt op zo’n 379.000 jaar na de Big Bang) kan de gravitatiegolf wel doorheen en dan tot het ontstaan van de Big Bang doordringen.

                                                                                                                                                                                             F.K.

Valversnelling in Nederland

 

Als je met een lift dwars door de aarde zou gaan bouw je maximale valsnelheid op tot het midden van de aarde. Daarna neemt de snelheid weer af tot 0 bij het oppervlakte van de aarde. Je "valt" dus niet door.
42 minuten duurt dat en dat geldt voor elke lijn / schacht die je door de aarde trekt. Van New York naar Amsterdam of van Johannesburg naar Moskou.