|
|
Donderdag
10 februariLes 1: |
Deze eerste lesavond gingen we direct voortvarend van start.
Na een korte inleiding over de inhoud van deze cursus werden we geconfronteerd
met universele krachten. De 4 functionele krachten in de natuur zijn, in
volgorde van ontstaan na de Big bang:
1- De gravitatiekracht
2- de kleine kernkracht
3- de grote kernkracht
4- de elektromagnetischekracht.
En met de elektromagnetischekracht begonnen we deze cursus kosmologie.
In het elektromagnetische
spectrum zitten de volgende gebieden: radiogolven, microgolven, infrarode
straling, zichtbaar licht, ultraviolet licht, röntgenstraling en gammastraling.
Het zichtbare licht vormt slechts een klein deel van het elektromagnetische
spectrum.

Hoe korter de golflengte - hoe meer energie. Verklaring
over het hoe en waarom kregen we in al z'n facetten toegediend:
Uitleg over 1 nanometer (nm= 1 miljoenste milimeter), het absorptie-spectrum / emissiespectrum en continuspectrum, de wet van Ole Romer (1644-1710
toen al ,
lichtsnelheid), de wet van Planck en Stefan Boltzmann (warmtestraling
en zwartelichaamspectra) en de wet van Hubble (Afstand=
roodverschuiving x lichtsnelheid / constante van Hubble).
Electronen- protonen- aangeslagen toestand- absorptie en emissie- hogere of
lagere energietoestand en zwakkelichaamsstralen.
Alle soorten elektromagnetische straling hebben in het vacuüm een snelheid
gelijk aan de lichtsnelheid. Het vermogen van straling (uitgedrukt in Watt, of
joule/seconde) is gelijk aan het aantal fotonen per seconde maal de energie per
foton. Dat laatste bepaalt het soort straling, het eerste de intensiteit
van de straling. We eindigde de avond met uitleg over "parallaxmetingen" (te
gebruiken tot zo'n 8000 LJ), parsec (= 1
boogseconde= 3,26 lichtjaar), Afstanden tot 10.000 lichtjaar zijn te
bepalen door vergelijking van de spectra van het licht dat sterren uitzenden.
Voor de grootste afstanden (bijvoorbeeld
tot quasars) tot 13,6 miljard lichtjaar, is roodverschuiving een
algemeen toegepaste methode. Dichterbij dan 300.000 jaar tot de Bigbang (annihilatie
periode= het proces waarbij
een deeltje en zijn antideeltje bij elkaar komen en elkaar wederzijds
vernietigen. Dit levert zeer veel energie op, want de volledige massa van beide
deeltjes wordt in energie omgezet (volgens E=mc²). Een voorbeeld van annihilatie
is positronannihilatie waarbij een elektron en een positron betrokken zijn.)
kan met het elektromagnetisch spectrum niet worden gekeken. Je stuit dan op de
"Rode waas". Met als conclusie: zonder gebruikmaking van
het elektromagnetisch spectrum is het meten van verre afstanden niet mogelijk.
F.K |

Diagram van het elektromagnetisch
spectrum

Drie zwarte lichaamspectra volgens de
Planck wet. Enkele zaken zijn hier duidelijk zichtbaar (I) Bij hogere
temperatuur ligt de maximum intensiteit bij kortere golflengten.(II) Bij
hogere temperatuur is de totaal uitgezonden hoeveelheid energie(i.e. de
oppervlakte onder de curve) hoger, zoals intuïtief reeds verwacht kon
worden.(III) Bij hogere temperatuur is de intensiteit van de straling
die het meest wordt uitgezonden ook hoger |
| Donderdag
17 februari
Les 2: |
Op deze tweede lesavond was o.a. uitleg over opbouw
van ons melkwegstelsel (Sterren
staan niet willekeurig maar zijn gegroepeerd. Er zijn zo'n 300 miljard
zonmassa's in ons melkwegstelsel- opgenomen in een soort van schijf met
een diameter van zo'n 100.000 lichtjaar- de Halo van het stelsel bevat
zo'n 600 miljard zonmassa's en de Corona bevat zo'n 1.200 miljard
zonmassa's. De Corona heeft een diameter van zo'n 700.000 LJ !!!!!!!!),
jonge sterren- oude sterren- bolvormige sterrenhopen en gaswolken. De
kern van ons melkwegstelsel (Rechte
klimming: 17h 42m 29s, declinatie: -28° 59' 29'' ) ligt
in het sterrenbeeld Schutter. Verder krijgen we dan een ring van gas (op
30 LJ van de kern met een temp. van 5.000 °C), een ring
van gemengd materiaal (op 1.000 LJ
van de kern, bevat moleculaire wolken stof met gas, temp. zo'n 10.000 °C
), de zg. "Burton-Liszt-ring (op
zo'n 4.800 LJ van de kern, voornamelijk atomair en moleculair waterstof.)
de Oort ring (op zo'n 9.800 LJ van
de kern. Ontdekt in 1964 ontdekt door Jan Oort ) en de
buitenlaag (op zo'n 17.200 LJ van
de kern. Deze buitenlaag hinderen het vrije uitzicht op de kern van ons
melkwegstelsel). Verder kwam de rotatie en snelheden
in/van de melkwegschijf, inclusief de benodigde formules en tabellen ter
tafel (aarde om de zon: 34 km/sec,
zon om het melkwegstelsel: 220 km/sec en het melkwegstelsel om de
omliggende structuren: 370 km/sec. )
Via de Entropie (Staat voor
chaos: op o.a de verspreiding van energie, in welke vorm dan ook
en is een term afkomstig uit de thermodynamica.) Kelvin-
met het absolute nulpunt -273,15 °C - gingen we over
naar de zwarte gaten. Ruimtekromming- energie-quantummechanische
effecten en de geschiedenis van waarneming en definities(Stephen
Hawkings schreef in het boek "Het heelal-1988": Zwarte gaten behoren tot
de zeldzame gevallen in de geschiedenis van de wetenschap, waarin de
theorie tot in de kleinste details werd ontwikkeld in de vorm van een
wiskundig model, voordat uit waarnemingen ook maar enigszins bleek dat
ze ook juist was) van zwarte gaten.
F.K. |

Smeltende
ijsblokjes.
Klassiek voorbeeld van toenemende entropie |
| Donderdag
24 februari
Les 3: |
Deze lesavond bestond uit een lezing van Drs. Lucas
Ellerbroek, werkzaam aan de universiteit van Amsterdam, met als titel
"Onstuimige babysterren boven de Atacama-woestijn".
We
kregen o.a. uitleg over de "VLT" telescoop en het onderzoek
dat vanuit Amsterdam gedaan wordt met de VLT.
(De
Very Large Telescope of VLT is
de grootste optische telescoop ter wereld
ondergebracht in een zeer geavanceerd astronomisch
observatorium, dat gevestigd is op de berg Cerro Paranal in de
Atacamawoestijn in Chili op 2635 meter hoogte. De VLT is op die plaats
gebouwd zodat de ESO (Europese Organisatie voor Astronomisch Onderzoek
in het Zuidelijk Halfrond) zo weinig mogelijk hinder zou ondervinden van
bewolking, lichtvervuiling en de dampkring. De hemel is er dan ook 350
nachten per jaar buitengewoon helder. Het observatorium bestaat uit vier
grote 8,2-meter spiegeltelescopen van het type Ritchey-Chrétien, die de
Unit Telescopes of
"UT’s" worden genoemd, en een aantal kleinere telescopen met een
spiegeldoorsnede van 1,8 m.
Op UT4 is onlangs een laser
geïnstalleerd. Deze maakt een schijnster om het werkelijke object beter
te kunnen lokaliseren en volgen.
Sinds de
opening in 1998 is met de VLT de eerste foto van een planeet
buiten ons zonnestelsel gemaakt, is het zwarte gat in het centrum van de
Melkweg ontdekt, en is het oudste licht uit het heelal vastgelegd.)
Dat onderzoek spitst zich onder andere toe op het vormingsproces van
zware sterren. Sterren meer dan 10 keer zo zwaar als de zon gedragen
zich heel anders dan de 'lichtgewichten'. Na hun korte leven exploderen
ze als supernova's en ontketenen daarmee de vorming van nieuwe sterren
in hun omgeving. Het vormingsproces van zware sterren is echter een
groot mysterie, waarop we met de VLT meer zicht op willen krijgen.
Recent hebben we een aantal zeldzame protonsterren ontdekt, die op
spectaculaire wijze met stofschijven en straalstromen aan het vormen
zijn.
Ook kregen we enig inzicht in de logistieke problemen bij de installatie van de
schotels/spiegels en het onderhoud daarvan.
(Iedere
4 maanden wordt er een nieuw aluminium beschermlaagje op het glas, onder
vacuüm, opgedampt).
Uiteraard kwam het onderwerp "blauw-
en roodverschuiving" aan de orde en het "nieuwste speeltje" de X shooter.
(Het wetenschappelijke programma
van de VLT liet ruimte open; op diverse gebieden bleef de behoefte
bestaan aan een spectrograaf die met een gemiddelde resolutie ineens een
heel breed golflengtespectrum onderzoekt, van het ultraviolet tot het
niet-thermische infrarood (van 300 nanometer tot 2,5 micrometer). De
spectrograaf die dit gat gaat invullen is X-shooter.
X-shooter is
een project waaraan diverse landen meewerken onder leiding van ESO,
zoals Italië, Frankrijk, Denemarken en Nederland. De belangrijkste rol
van de Nederlandse divisie (o.a. De Universiteit van Amsterdam, de
"thuishaven" van onze spreker) is het ontwikkelen, bouwen en testen van
één van de drie spectrograafarmen, de nabije-IR arm.
X-shooter is speciaal ontworpen om een zo
hoog mogelijke gevoeligheid te krijgen bij een enkel beeld met een breed
frequentiespectrum, en dat alles in een kort tijdsbestek voor een hoge
efficiëntie.
Met X-shooter zullen de mogelijkheden van de VLT nog verder worden
uitgebreid. Het instrument is weinig complex in de bediening en het
onderhoud, maar kan enkelvoudige objecten snel met een enorm
frequentiebereik waarnemen en zal een gevoeliger spectrograaf worden dan
tot op heden bestond.)
De objecten
die met X-shooter bestudeerd kunnen worden zijn legio. Zo zal het
instrument bijdragen aan het onderzoek naar zogenaamde 'gammaray bursts',
zware kosmische explosies waarbij gammastraling vrijkomt. Ook gaat
X-shooter op zoek naar jonge melkwegstelsels op grote afstand en
lichtzwakke bruine dwergen (objecten die qua massa tussen een planeet en
een ster in zitten). Andere doelstellingen betreffen het onderzoeken van
de eigenschappen van koele witte dwergen, supernovae van het type
Ia en neutronensterren in dubbel- stersystemen.
Al met al een zeer interessant onderwerp en met veel enthousiasme door
Lucas Ellerbroek uiteen gezet.
F.K.
|

De
Very Large Telescope (VLT).
Op de Cerro Paranal (Chili) in vogelvlucht.

De UT4 creëert een lasergidsster

X Shooter.
Het licht dat op de detector binnenkomt wordt gesplitst naar drie
verschillende 'armen' met elk een optimale combinatie van coatings,
optische eigenschappen en detectoren, zodat maximale efficiëntie wordt
bereikt.
|
| Donderdag
3 maart
Les 4: |
Kosmologie is een "deelwetenschap
van de sterrenkunde".
Werken- zwoegen- ontdekken en discussiëren is de
rode draad door deze vorm van wetenschap. We gaan het o.a. hebben
over Cluster- superclusters, aaneengeregen superclusters en
quasars.
Over de grootsheid / de structuur van het heelal dus.
Quasars zijn ontstaan vanaf zo'n 1 miljoen jaar na de Big Bang.
(Een quasar- Engelse afkorting voor
quasi-stellar radio source- , is een astronomisch object, dat in
optische telescopen op een ster lijkt (dat wil zeggen een puntbron is),
maar een zeer hoge roodverschuiving heeft en zich dus op zeer grote
afstand van miljarden lichtjaren bevindt. Vanwege deze afstand en de
eindige snelheid van het licht zien wij quasars zoals ze er miljarden
jaren geleden, toen het heelal nog jonger was, uitzagen.
De eerste quasars werden
ontdekt als sterke radiobronnen in de jaren 1950. Het eerste spectrum
van een quasar (het helderste quasar, 3C 273=
te vinden in
de richting van het sterrenbeeld Maagd. De quasar heeft een lichtkracht
(absolute helderheid) van ongeveer 2 biljoen (2×1012)
maal die van de Zon, oftewel 100 maal die van een flink sterrenstelsel
zoals onze Melkweg.
), dat hun grote afstand
verraadde, werd in 1963 verkregen, door Maarten Schmidt, een Nederlands
astronoom die in Amerika werkte. Achteraf blijken ze al op fotografische
platen uit de 19e eeuw te staan, echter zonder als bijzonder object
herkend te zijn. Een tweede, kleinere groep objecten, die sterk met
quasars verwant zijn, zijn QSO's (quasi-stellar object). In zichtbaar
licht zijn ze vergelijkbaar, maar QSO's zenden geen ongewoon hoge
hoeveelheid radiostraling uit. Deze objecten heten daarom ook wel
'radiostille quasars'. )
Er zijn 3 "spectrum fasen" van ontwikkeling van quasars.
Emissielijnen spectrum, absorptielijnen spectrum en de absorptielijnen
met zware metalen spectrum. In de 70-80 er jaren kwam er een
stroomversnelling opgang in ontdekkingen t.a.v. de structuur van het
heelal en in 1989 kwam de ontdekking van de "grote muur". De grootste
bekende heelalstructuur is de Grote Muur van Sloan, ontdekt in 2003, en
die bijna 1 miljard lichtjaar van ons is verwijderd. De Grote Muur van
Sloan heeft een lengte van 1,37 miljard lichtjaar.
(De Grote
Muur, of preciezer CfA2 Grote Muur, is de op een na grootste structuur
die bekend is in het heelal.
Het is een aaneenrijging
van verschillende superclusters (waaronder de Coma supercluster en
Hercules supercluster) op ongeveer 200 miljoen lichtjaar afstand.
Daarnaast is de Grote Muur 500 miljoen lichtjaar lang, 300 miljoen
lichtjaar breed en maar 15 miljoen lichtjaar dik. Dit zijn echter snel
berekende hypotheses. De Grote Muur is ontdekt door Margaret Geller en
John Huchra.)
Er zijn 4 grote structuren. t.w.:
Zeepbelstructuren (enorme
gebieden van wel 50 megaparsec of meer
doorsnede, waarin de dichtheid van stelsels het laagst is
),
Pannenkoeken (vlakke
gebieden welke de bellen
omspannen)
Slierten of filamenten (De
pannenkoeken komen in drietallen bijeen op snijlijnen)
Knooppunten ("nodes")
Deze 4 grote structuren vormen een "Voronoi tessellatie", een
kosmische web.
Men stelt wel de hypothese dat het heelal eigenlijk een web is van
structuren en dat het heelal een vermoedelijke doorsnede heeft van 15
miljard lichtjaar. Tussen de muren zitten de zogenaamde voids, de grote
leegten. De grootste leegte die tot nu toe is gevonden, is de Leegte van
Boötes, met een diameter van bijna 125 MPc (megaparsec's
= 407,5×106 lichtjaar).
De laatste ontdekking is de "Lyman Alpha Nevels/Blob". Een Lyman
Alpha Blob bestaat uit grote klonten gas en sterrenstelsel en vormt
één van de grootste ooit ontdekte structuren in het universum. Anno 2008
zijn er meer dan dertig van gevonden. Het fenomeen is vernoemd naar
Theodore Lyman (1874-1954).
(Lyman Alpha Blobs zijn
driedimensionale netwerkachtige structuren, waarin sterrenstelsels tot
viermaal dichter op elkaar gedrukt zijn dan gebruikelijk. Ze hebben een
omvang tot aan ongeveer 200 miljoen lichtjaren. Hun historie zou
teruglopen tot minder dan 2 miljard jaar na de oerknal (in 2009 werd
Lyman-alpha blob Himiko ontdekt; 12,9 miljard jaar oud; 800 miljoen jaar
na de oerknal), waarna ze als een soort gasblazen zijn gegroeid. Dat zou
tot een herschrijving van de eerste geschiedenis van het heelal leiden.
Het is ook mogelijk dat de klonten restanten zijn van hele vroege
supernova's.)
Al met al was het weer een leerzame avond waarin veel ruimtelijk inzicht
in het universum ons werd aangegeven.
F.K. |

Quasar 3C 273
gefotografeerd door de Hubble Space Telescope

De parsec
is de afstand die men vanaf de zon de ruimte moet ingaan, om de
gemiddelde afstand Aarde - zon onder een hoek van één boogseconde te
zien.

Miniem stukje van de zichtbare hemel
uitvergroot door de Hubble ruimtetelescoop . Bijna ieder ellipsvormig
puntje is een afzonderlijk sterrenstelsel met elk circa 100 miljard
sterren. Alleen de weinige exact ronde puntjes zijn sterren van onze
eigen melkweg die op de voorgrond staan. In iedere willekeurige richting
ziet men ongeveer het zelfde beeld: een heelal gevuld met miljarden
sterrenstelsels. |
| Donderdag
10 maart
Les 5: |
De uitdijing van het
heelal , Hubble en het verband van roodverschuiving en afstand en het
Dopplereffect.
Daarmee begonnen we deze donderdagavond. Alles in het
heelal beweegt: van de draaiing van de aarde om de zon tot de bewegingen
van sterrenstelsels in een cluster. En: het heelal is zelf ook in
beweging, het dijt voortdurend uit. Toen men er achter kwam dat het
licht van ver verwijderde sterrenstelsels naar het rode deel van het
spectrum was verschoven, sprak men over de “roodverschuiving”.
(Roodverschuiving
in de astronomie en de natuurkunde is het verschijnsel dat het spectrum
van uitgezonden licht of andere elektromagnetische straling bij
ontvangst naar "rood" verschoven is, dat wil zeggen in de richting van
de langere golflengten (lagere frequenties). Het tegengestelde effect,
waarbij een verschuiving naar de kortere golflengten - naar "blauw" -
plaatsvindt, heet blauwverschuiving. Roodverschuiving treedt op als
gevolg van het dopplereffect wanneer de bron en de waarnemer zich van
elkaar verwijderen en als gevolg van een sterk gravitatieveld waar de
straling zich doorheen voortplant.)
In 1929 vond Hubble
een verband tussen de bewegingssnelheid van een sterrenbeeld en de
afstand tot dit stelsel. Het gevonden verband legde hij vast in de zg.
“Wet van Hubble”, t.w.: de bewegingssnelheid = de constante van Hubble
(75 tot 60) x de afstand in MegaParsec (Mpc)In het uitdijende heelal
vertonen alle sterrenstelsels een roodverschuiving. Alle sterrenstelsels
bewegen van elkaar af.
Diverse
modellen van het uitdijend heelal zijn:
Vlak uitdijend heelal
(de
horizon van het heelal ligt op een afstand waar de roodverschuiving
oneindig is en de snelheid van de stelsel gelijk is aan de
lichtsnelheid)
Heelal als een ballon
(Het uitdijende heelal is het beste voor te stellen als
een ballon met daarop stippen. Wanneer de ballon wordt opgeblazen worden
de ruimten tussen de stippen steeds groten, ze komen steeds verder van
elkaar te liggen.)
Deze modellen gaan uit van een eeuwig uitdijend heelal. Er wordt ook wel
gesproken van een open heelal, per bepaalde tijdseenheid komt er altijd
ruimte bij.
Een gesloten heelal is een heelal dat een bepaalde afmeting bereikt en
daarna weer kleiner wordt.
Verder kwamen ook het “oscillerend heelal” de heelalmodellen van
Einstein en De Sitter en de heelal modellen van Friedmann, Eddington en
Lemaitre aan de orde.
Met uitleg over de beïnvloeding van licht van quasar door
“voorgrondsterrenstelsels” en een licht snuffeling aan de “stelsels van
Arp” besloten we deze weer interessante avond.
F.K. |

Roodverschuiving,
te zien in de spectraallijnen van een supercluster verre sterren (BAS11,
rechts), vergeleken met die van de zon.
|
| Donderdag
17 maart
Les 6: |
De
Big Bang, daar gaan we ons vanavond mee bezig houden.
We kregen eerst een historisch overzicht van het tot stand komen van de
Big Bang of te wel de oerknaltheorie. Het oerknalmodel is gebaseerd op
twee belangrijke pijlers, tw.: de roodverschuiving en de
achtergrondstraling.
Sinds
1989 is er een speciale satelliet voor de meting van
achtergrondstraling, de “COBE”.
(COsmic Background Explorer)
De hete oerknal- de eerste periode, het heelal is homogeen en isotroop.
Een oneindig hoge temperatuur (meer dan 1500 miljard graden) met een
soort van “soep van deeltjes”.
Vanaf
10-43
sec. volgden we stap voor stap het ontstaan van het heelal.
Wisselwerking van deeltjes, het ontstaan van elementaire deeltjes als
het electron- positron- neutrino en antineutrino’s, het heelal is dan
zo’n 0,8 lichtjaar groot en 0,01 seconde oud.
De temperatuur gaat meer en meer dalen, 10 miljard graden- 1,10
seconde oud, 3 miljard graden en 13,83 seconde oud, 1 miljard
graden en 182 seconden oud. Het tijdperk tussen 100 en 220
seconden wordt wel het “deuteriumbottleneck-tijdperk” genoemd.
(b.v.
helium kan door een gebrek aan deuterium nog niet ontstaan.
Na zo’n 226 seconden, bij een
temperatuur van zo’n 900 miljoen graden kan deuterium wel ontstaan)
.
Na 2080
seconden is de temperatuur zo’n 300 miljoen graden en zijn de meeste
positronen en elektronen omgezet in energie. Het heelal koelt verder af
en zet verder uit. Pas als de temperatuur is gedaald tot zo’n 3000
Kelvin, na 100.000 jaar, krijgen we de ontkoppeling van materie
en straling. Het moment van ontkoppeling van straling en materie is het
meest cruciale moment in het leven van het heelal. Het veranderde
daardoor van een ondoorzichtige “oersoep” in een transparant heelal.
De
deeltjesfysica en de energiefysica spelen een grote rol bij de oerknal
theorie. De fysica op grote schaal raakt aan de fysica van het
allerkleinste, de elementaire deeltjes. Zo kregen we ruwweg de
ontstaansgeschiedenis van het heelal geschetst en was het een kleine
stap naar de tegenwoordige tijd: deeltjesversnellers, waarnemingen van
de “COBE-satelliet” en kwamen we uiteindelijk uit bij de “andere
kosmologische theorieën”. Plasma’s in het heelal, deeltjes sneller dan
het licht en het “inflatore heelal”,
(In
een inflatoor heelal geldt dat de expansiesnelheid groter is dan de
lichtsnelheid. Dit lijkt in tegenspraak met de wet van Einstein, E=m*c².
Dat is echter niet zo. In dit heelal wordt namelijk bij de expansie geen
massa of energie getransporteerd- er is dus geen overdracht aan
informatie), wormgaten en andere heelallen.
De
avond was weer te kort en er bleven nog vele vragen liggen. Maar dat is
normaal in de kosmologie en astronomie.
F.K. |

WMAP kijkt terug in de tijd.
Waargenomen wordt het nagloeien van de oerknal.
(Bron: NASA/WMAP Science Team)

Overzicht ruimte telescopen en hun
golfbereik |
| Donderdag
24 maart
Les 7: |
Vanavond hadden we een spreker, Drs. Kees Veth werkzaam bij het NIOZ (Koninklijk
Nederland Instituut voor Onderzoek der Zee).
"De
oppervlaktestroming in de oceanen is al grotendeels bekend door
waarnemingen die gedaan zijn door schepen die handelscontacten
onderhielden door de eeuwen heen”.
Dat was de inleiding waarmee de Hr. Veth van start ging. Zeelui
gebruikte vroeger “Conveyor Belt” de kennis van deze
oppervlaktestromingen. De eerste beschrijvingen van “warmte stromingen”
zijn teruggevonden uit logboeken van 1513.
De drijvende kracht voor golfstromingen zijn “Wind” en “Thermohalienestroming”
(Thermo=
temperatuur en
Haliene= zoutgehalte. Met de thermohaliene circulatie (THC) of Warme
Golfstroom wordt het wereldwijde systeem bedoeld van de zeestromen.
Omdat het fenomeen het eerst werd waargenomen in de Atlantische Oceaan,
wordt dit de Noord-Atlantische Diepwaterpomp genoemd, ook het gehele
systeem. Het wordt wel aangeduid als de transportband van de oceaan. Het
bekendste voorbeeld van thermohaliene circulatie is de Golfstroom.
Thermohaliene circulatie is een wereldwijd verschijnsel en belangrijk
voor de hele klimaatsysteem van de Aarde.)
De
Hr. Veth gaf vervolgen uitleg over windgedreven stromingen, anti
cyclonische- en cyclonische windvelden (Op
de gematigde breedten stroomt het water in de oceaan in grote
anticyclonische en cyclonische circulaties (links of rechtsom): de
subtropische en subpolaire gyres. Aan de westzijde van de oceaanbasins
vormen deze circulaties sterke grenslaagstromingen (zoals de Golfstroom),en
de Ekman spiraal (De
Ekmanspiraal is de richtingverandering die een lucht- of zeestroom
ondergaat onder invloed van het corioliseffect.).
Maar ook uitleg over onder andere:
* planktongroei in de “Eufotische zone” (de
bovenste zone van de waterkolom, waar genoeg zonlicht doordringt voor
fotosynthese).
* “Meddy’s”, dit zijn afgesnoerde zoutbellen afkomstig uit de
Middellandse zee.
* het “Labrador zeewater” tussen Groenland en Canada.
* “CTD/LADCP metingen” in de Danmarkstraat en het vele onderzoek
op allerlei gebied van geluid- temperatuur- mineraal- stromingen.
* Bij Antarctica ligt het zeewater van -1,8º C te dampen bij een
luchttemperatuur van -35º C.
* Het grote belang van de Bandazee (randzee
van de Grote Oceaan,
gelegen tussen Celebes- de Molukken en Timor.).
* de “Bottleneck” van de retourstroom in de Indonesische archipel
en
de “Lifamatola verankering” in de Indo- archipelwateren. (Lifamatola
is een eiland in de Soela-groep in de Molukken. Het is 28
vierkante km groot en
het hoogste punt is 201 m. Er is slechts één zoogdier bekend,
de babiroessa)
* de “Agulhas Retroflectie, bij Zuid Afrika (Agulhas
ringen worden
afgesnoerd in de buurt van Kaap de Goede Hoop. Ze zijn gevuld
met warm en
zout water vanuit de Indische oceaan en stromen de
Atlantische Oceaan in.
Het water in de ringen draagt bij aan de bovenste tak van de
transportband.)
Om uiteindelijk te eindigen met “El Nino” en “La Nina”.
Langs de evenaar in de oostelijke Grote Oceaan komt in de loop van
sommige jaren een sterke opwarming van het normaal koele zeewater voor
die van invloed is op het weer in grote delen van de wereld, waaronder
soms ook Europa. Dit verschijnsel wordt El Niño (De
Kleine Jongen, refererend aan het 'Kerstkind', aangezien dit fenomeen
vooral rond die periode voorkomt)
Onregelmatig, maar toch gemiddeld eens in de drie tot zeven jaar, leidt
El Niño tot zo'n uitgebreide en sterke verwarming van het oceaanwater
dat de hele atmosfeer daar gedurende langere tijd door wordt beïnvloed.
La Niña is fysisch gezien het tegengestelde effect. Dit doet zich voor
wanneer ongewoon koud zeewater bij de Evenaar is gemeten. Deze
golfstroom bereikt niet Peru maar het Caribisch gebied. Vroeger werd dit
effect ook wel het Anti-Niño-effect genoemd maar dat is veranderd omdat
het als anti-christelijk kan worden opgevat. El Niño en La Niña zijn
beide tekenen van het El Niño - Southern Oscillation- of ENSO-effect. El
Niño beïnvloedt het weer in grote delen van de wereld. Veranderingen in
de eigenschappen van El Niño, als gevolg van de wereldwijde opwarming,
geven voor die gebieden dus ook veranderingen in het weer. Hoewel
de modellen met de meest realistische weergave van El Niño gemiddeld
geen verschuiving laten zien ten opzichte van de huidige toestand van El
Niño of La Niña, is er wel sprake van veranderingen in achterliggende
mechanismen.
Al met al was het een uiterst interessante avond, op een begrijpelijke
en interessante wijze uitgelegd door de Hr. Kees Veth.
F.K. |

Oceaan stromingen

Thermohaliene stromingen

1 = wind
2= aanvangkelijke
stroomrichting
3= oppervlaktestroom
4= corioliseeffect
Ekmanspiraal

Kaart van afwijkende
watertemperatuur [°C] in de oceanen gedurende de laatste sterke El Niño
in december 1997 |
| Donderdag 31 maart
Les 8: |
"Einstein's droom" en de "snarentheorie", daar gaan
we het de komende weken over hebben.
Astronomie is een "bewezen wetenschap",
kosmologie is veelal niet bewezen. Zo zou het weleens kunnen zijn !!! De
grens tussen "zou" en "het is" verschuift regelmatig vanuit de
kosmologie naar de astronomie. De snarentheorie is kosmologisch en wordt
bediscussieerd vanuit de kosmologie. Vroeger was er geen contact tussen
de kosmologen en de deeltjesfysici, sinds de Big Bang algemeen is
aanvaard is dat wel het geval.
"Alles wat nu groot is, was vroeger klein" >>>> CERN!
Het gaat vanavond bizar worden, superstrings met
supersymmetrie, het gaat ook om de totale unificatie van de krachten. (Maxwell
unificeerde de elektriciteit en het magnetisme tot de
"Elektromagnetische kracht", Einstein wilde de unificatie van de
elektromagnetische kracht en de zwaartekracht) Waarom is
de proton - neutron verhouding zoals die is: Proton = 1837 x gewicht
elektron en Neutron = 1839 x gewicht elektron. Het is Einstein niet
gelukt om "een theorie die het universum verklaarde" de T.O.E.
(Theorie Of Everything).
Het lijkt er op dat we in een universum zitten met sf-achtige trekjes.
11 dimensies (10 ruimte- en 1
tijdsdimensie) Het idee is dat het heelal is opgebouwd
uit snaren ---- > héél kleine trillende strengetjes van energie. De
gravitatietheorie van Newton (1665)
(Newton wist niet hoe deze theorie werkte) en hoe
Einstein (1905) de oplossing vond om de werking te verklaren, "Snelheid
- en zwaartekracht bepalen de tijd". Einstein zag ook in dat er een
groot verschil was in kracht. "Als ik van 10 meter val, kan een stukje
straat de zwaartekracht weerstaan", oorzaak: de
elektromagnetischekracht is
10 39
(vele miljarden) keer groter
dan de zwaartekracht. Einstein
ging door met zijn gedachte experimenten en anderen (o.a.
zijn vriend Bohr) gingen andere wegen op: Kwantum
mechanica- de onzekerheidsprincipes van Heizenberg, o.a. grote en kleine
wisselwerking. De kwantummechanica geeft een prima beschrijving van de
atomaire wereld, de gravitatie geeft een prima beschrijving van de
sterrenwereld. Zijn er verschillende universa? Parallellen
heelallen wellicht! Het klinkt bizar. In de kwantumwereld gebeuren
bizarre dingen, er is meer dan alleen Einstein's wereld. Alles is
opgebouwd- niet uit kleine deeltjes of puntjes, maar uit kleine "energie
strengetjes", die op allerlei wijzen kronkelen. Een punt kan dat niet.
Alle ogen zijn nu gericht op een "nieuwe 2e Einstein", de briljante
wiskundige Edward Witten.
F.K.
|

Ruimte-tijd kromming

Opbouw van materie
Artistieke impressie
van atoomkern |
|
Donderdag
7 april
Les 9: |
Over "Supersnaren" en de T.O.E. (Theory Of
Everything- Theorie van alles) dat is het vervolg op de
Snaartheorie. "Als
we de Big Bang, die verantwoordelijk is voor alle grote structuren,
omkeren, dan komt alles weer op z'n plaats. Alles wordt weer kleiner-
warmer en dichter. Naar het begin van de tijd."
Met de "Snarentheorie" zal dat misschien kunnen lukken.
De "snaartheorie of stringtheorie" is een theorie die poogt de vier
fundamentele natuurkrachten in de natuurkunde (de
elektromagnetische kracht, de sterke en zwakke kernkracht en de
zwaartekracht) in één universele omvattende theorie onder
te brengen. Het is dus een kandidaat voor de zogenaamde
unificatietheorie.
Kwantummechanica samen met de relativietijdstheorie van Einsten, dat is
het te bereiken ultieme doel.
1748, de Zwitser Leonard Euler beschreef, m.b.v. een formule, de
"sterke kernkracht".
1968, Gabriel Venetiano zocht naar een reeks formules voor de
sterke kernkracht, die de protonen en neutronen verbindt (Quarks) en
beschreef deze. Na één jaar van hard werken vergaarde hij roem en gaf
het start sein voor het beging van de "Stringtherory".
1970, Leonard Susskind pakte dit op, sloot zich 2 maanden op zijn
zolderkamer op en ontdekte in de formules een "beschrijving van
elastische snaartjes". Hij wilde zijn bevindingen publiceren maar dat
liep uit op een grote kater.
1984, eindelijk, na veel gereken viel alles samen in één
berekening.(er waren geen "anomalieën"
meer). "De droom van Einstein", grote sensatie onder de
natuurkundige- de UNIFICATIE, de
T.O.E.- geen theorie heeft dat ooit
gepresteerd. Alleen nu nog even detecteren ............. maar het is
allemaal wel erg klein!!!!!!!!!
10 dimensies + 1 tijdsdimensie = 11 dimensies. In de kleine microwereld
kunnen heel goed piepkleine -
opgerolde- dimensies zitten bij die snaartjes. Dit gegeven komt voort
uit de wiskundige grondslag van de snarentheorie.
Er zijn zo'n 20 natuurconstanten (getallen) in de natuur. Als we één van
deze getallen ook maar iets veranderen, verandert ons heelal dramatisch.
Als de elektromagnetische kracht iets groter zou zijn, worden de sterren
totaal ontregeld .......... weg universum.
Als de gravitatiekracht maar iets groter zou zijn .........stort het
heelal in tot zwarte gaten.
Gelukkig: de minuscule snaartjes voorkomen dissenanten en bewaken de
krachten- één snaar produceert een foton, een ander een neutron.
En met deze geruststellende gedachte konden we weer huiswaarts gaan. Het
was een mooie heldere avond en het lijkt daarboven allemaal goed te
gaan.
F.K. |

Roterende schaduw van een tesseract,
die rond een enkele as en een enkel vlak roteert

Als je ver genoeg in
schaal zou gaan
inzoomen in bijvoorbeeld een appel,
dan vind je volgens wetenschappers
kleine vibrerende snaren. |
|
Donderdag
14 april
Les 10: |
Superstrings, welkom in de 11e dimensie
Kunnen we ruimte en tijd manipuleren, kunnen we van de ene werkelijkheid
in de andere werkelijkheid stappen. Onze eerste, natuurlijke en
aangeleerde, reactie is: NEE. We zijn opgegroeid met ons
“driedimensionaal denken”.
Maar het is al eerder gezegd: Kosmologisch denken is vaak “bizar”.
Als we onszelf 1/miljoenste- van een miljardste van onze afmeting
kleiner kunnen maken, zouden we in de wereld van de kwantummechanica
belanden. Kleine trillende snaartjes- draadjes van energie, dat is waar
ons universum uit bestaat. “Wormgaten “ geven je de doorgang van de ene
“tijdruimte” situatie naar de andere “tijdruimte” situatie. Het is
bizar. De snaartheorie en “Superstring’s” zegt ons hoe of het universum
is en hoe het zo is gekomen. Snaren zijn erg veelzijdig door hun
verschillen in frequenties. Het is net als de snaren van een
muziekinstrument, vele tonen op vele frequenties- ons universum is
één
groot symfonie. Snaren zijn er in verschillende vormen, snaren zijn geen
puntjes maar deeltjes. Snaren zijn er als “strengetjes” maar ook als
“veelvormige elastiekjes”, strings genaamd.
Wiskunde is de grondlegger voor de onderbouwing van de snarentheorie. De
Amerikaanse wiskundige Edward Witten is een eminent wiskundige- een
tweede Einstein. Hij keek op een geheel nieuwe, wiskundige wijze naar de
snaartheorie en ontwikkelde de “M-theorie”, gebaseerd op 11 dimensies. (De
M-theorie is een poging tot een overkoepelende beschrijving (Unificatie-theorie)
van de verschillende bestaande snaartheorieën.
Verschillende
snaartheoretici hadden al opgemerkt dat de vijf dan bekende tien-
dimensionale snaartheorieën sterke overeenkomsten hadden, en het was
bekend dat er tussen verschillende van deze theorieën zogeheten
dualiteiten bestonden, manieren om de ene theorie in de andere te
transformeren. Edward Witten poneerde in 1995 dat het mogelijk zou
moeten zijn een theorie in elf dimensies te formuleren die een
overkoepelende beschrijving (unificatie) geeft van die vijf typen
snaartheorie, alsmede van een elfdimensionale vorm van
superzwaartekracht (een type veldentheorie dat supersymmetrie en de
algemene relativiteitstheorie verenigt).
Waar men tot dan toe dacht dat hooguit één van de vijf snaartheorieën de
juiste zou kunnen zijn, leek het nu mogelijk deze te verenigen tot één
overkoepelende theorie. De eendimensionale snaren in ieder van de vijf
tien- dimensionale snaartheorieën zijn in wezen doorsneden van
tweedimensionale membranen in de elfdimensionale M-theorie. Hierin zou
"M" voor "membraan" kunnen staan, hoewel Witten zelf hier uitermate vaag
over is. Andere fysici - zoals Robbert Dijkgraaf - opperden dat de "M"
wellicht: Mysterieus, Magisch, Matrix of Moeder zou kunnen betekenen. De
hoger dimensionale objecten zijn dan de zogenaamde
branen, die
genoemde snaren en membranen als "doorsnede" bevatten, dus zelf weer
allerlei materiedeeltjes in zich kunnen dragen, die evenwel dimensionaal
zijn opgesloten.
Het is echter nog
niet duidelijk hoe deze M-theorie er precies uit zou moeten zien, en een
volledige niet-perturbatieve
wiskundige formulering is nog niet voorhanden. Op grond van de bestaande
formuleringen van de afzonderlijke snaartheorieën en de verbanden
daartussen is het echter wel mogelijk bepaalde resultaten over deze
theorie af te leiden en bepaalde eigenschappen ervan te bewijzen.)
Waarom gedraagt de zwaartekracht/gravitatie zich zo anders
dan de drie andere
universele krachten
? Heeft het te maken met de vorm van de snaartjes, die vastzitten aan
een "Membraan”?. Er zijn vele vormen van gesloten snaren en één
daarvan is verantwoordelijk voor de zwaartekracht. Gesloten snaren
hebben geen eind waarmee ze vast kunnen zitten, daardoor kunnen ze
ontsnappen naar andere dimensies. Het was al bekend: het is bizar.
Maar de wiskunde (van
o.a. Edward Witten)
die dit alles onderbouwt staat als een huis. Het is nog niemand gelukt
om deze wiskundige onderbouwing onderuit te halen.
Cern, in Zwitserland, zoekt naar de “Gravitonen” en de “Sparticle”
Dat is de
tegenhanger van elk “sub- atomair deeltje, voorspeld door de superstring
en de daarbij behorende “Super-symmetrie”.
(Supersymmetrie,
dikwijls afgekort SUSY is een theorie in de theoretische natuurkunde,
die op het moment geldt als een van de meest kansrijke uitbreidingen van
het standaardmodel voor elementaire deeltjes.
In supersymmetrie heeft
ieder elementair deeltje een zogenaamde supersymmetrische partner. De
partner van een boson is een fermion, en dat van een fermion is een
boson. Indien men SUSY uitbreidt tot een lokale symmetrie
-op dezelfde manier als het uitbreiden van een globale- naar een lokale
ijktheorie- , volgt daaruit op elegante manier de relativiteitstheorie.
De theorie die hier het resultaat van is omvat zowel supersymmetrie als
gravitatie en noemt men dus supergravitatie. Deze theorie komt ook voort
uit snaartheorie, als de effectieve theorie bij lage energieën.).
Als dat gevonden zou worden kan de
theorie van superstring’s weleens gelijk hebben. Wiskundig is men in
ieder geval op de goede weg.
Hiermee
eindigde deze cursus kosmologie, met dank aan onze docent Jan Voet voor
zijn geduldige en heldere uitleg.
F.K. |

Edward Witten

De röntgenstraling die
gedetecteerd werd in het gebied binnen de cirkels duidt op zwarte gaten
in het centrum van een ver sterrenstelsel. De stelsels zijn hier te zien
in zichtbaar en infrarood licht en het blijkt dat de infrarode beelden
van twee bronnen helderder zijn, waarschijnlijk omdat infrode straling
minder geblokkeerd wordt door stof tussen de bron en de waarnemer

Omtrent de oerknal zijn
er een aantal vragen, zoals:
wat heeft de oerknal veroorzaakt?
Als de snaartheorie echt dé theorie is, dan moet ook het raadsel van de
oerknal opgelost kunnen worden.
Er is veel hoop dat het dat ooit zal doen.
We kunnen snaren niet waarnemen,
maar misschien wel indirect. Misschien hebben ze ergens hun vingerafdruk
achtergelaten tijdens de ontstaansperiode van het heelal.
Hier op aarde probeert men d.m.v. deeltjesversnellers (Cern)
erachter te komen of er extra dimensies zijn.
Men probeert deeltjes te laten botsen met elkaar.
Bij botsing ontstaan subatomaire deeltjes.
Men hoopt dat er bij die deeltjes een klein beetje zwaartekracht
ontstaat: de graviton.
Doordat deze in andere dimensies kunnen bewegen, zou je dus weten dat er
extra dimensies zijn als die graviton verdwijnt.
|