|
Seizoen
2010
vrijdag
23 januari |
Verslag eerste
bijeenkomst:
De eerste
bijeenkomst is geweest en deze
vond plaats op de “Vesta sterrenwacht Oostzaan” . De bijeenkomst werd
bezocht door 3 nieuwsgierige vrouwen en 5 mannen. De aankomst was al
volledig in sfeer; koud en donker, precies zoals we ons het heelal
voorstellen. Aan de zijkant van de parkeerplaats staat de koepel van
de “Newton/Cassegrain
kijkercombinatie”
koud en kil werkeloos te zijn. Er zal vanavond niet
omhoog worden gekeken.
De sterrenwacht beschikt over een seismometer, deze registreert 24 uur
per dag en het hele jaar door continu de trillingen in de aarde. Aan de
wand in de kantine hing de uitdraai van de aardbeving in Haïti want deze
was uiteraard ook in Oostzaan geregistreerd.
Het programma startte met een introductie van Hr. Jan
Voet, voorzitter van de sterrenwacht en hij gaf een uitleg van het
begrip “tijd en afstand” in het heelal. Binnen 5 minuten duizelde het
ons al van de enorme getallen: miljarden kilometers- miljoenen
lichtjaren (lichtsnelheid= 300.000 km / sec.!!!)
Gelukkig kregen we, om het allemaal wat realistischer te krijgen, de
film “The Power Of Ten” te zien. Met een fictief ruimteschip gingen we,
vanaf straatnivo, omhoog de “Macrowereld” in en elke seconde steeds 10x
verder dan de vorige afstand- juist ja “exponentieel” dus. Na 7 seconden
zaten we bij Zuid Afrika (10.000 km) en na 13 seconden zaten we voorbij
de planeten Neptunes en Pluto ( 10 miljard km) en kwamen we in de
inktzwarte leegte. Eindelijk na 18 seconden komen we bij de
dichtstbijzijnde sterren Proxima Centauri (4,22 LJ), Alpha Centauri
(4,36 LJ) en Sirius,
we zitten dan inmiddels op zo’n 8,7 lichtjaar. En na 25
seconden zitten we aan de rand van wat er tot anno 2000 mogelijk was om
te bereiken: 100 miljoen lichtjaren ver en dan hebben we nog geen 1/300
deel van de doorsnede van ons heelal “in beeld”. Anno 2010 is het
inzicht (en dus de afstand) aanzienlijk verder gekomen. Daarna gingen we
versneld weer terug naar moedertje aarde om vervolgens het menselijk
lichaam in te gaan, dus de andere kant op de “Microwereld” in. Per 2
seconde 10x kleiner worden. We passeren witte en rode bloedlichaampjes,
duiken een cel in, langs macro-moluculen om vervolgens aan te komen bij
één van de 120 elementen: Koolstof.
We gaan verder via de aminozuren naar het DNA-molecuul en belanden dan
in de “kleine kernkracht”: één van de 4 krachten in het heelal.
Uiteindelijk belanden we in de wereld van de atomen- neutronen, protonen
en quarks.
Na al dat geweld van macro naar micro werd het tijd om
ons wat meer te richten op ons zonnestelsel. De sterrenwacht is
gesitueerd in een oude school, entree en een lange gang fungeerde dus
als ons zonnestelsel. De zon en de planeten waren, in verhouding tot
elkaar, opgehangen aan het plafond en gaf een goed beeld van de enorme
afstanden.
In het derde deel van de avond gaf Jan Voet uitleg over
de opbouw van de aarde. Aardplaten- aardbevingen- talk- mineralen- olie
en diamanten het kwam allemaal ter tafel en na ruim een half uur kregen
we hierover een boeiende film te zien. Met een soort van mechanische mol
maakten we, zo’n 4 km onder de aardkorst, een fascinerende reis om de
wereld. Na afloop van de film was het inmiddels al half 12 geworden en
werd het tijd om weer huiswaarts te gaan. We hebben een lange avond
gehad vol met interessante onderwerpen. De komende dagen gaan we
bekijken of we hier een vervolg aan gaan geven. De mogelijkheden zijn
meer dan aanwezig in de vorm van thema avonden en cursussen.
Frans Kint |
vrijdag
26 februari |
Verslag bijeenkomst Gravitatie.
Op vrijdag 26 februari heb ik op de
sterrenwacht Vesta een lezing bijgewoond van Jan Voet. Het onderwerp
was: Gravitatie, de universele kracht. Anders dan de elektromagnetische
kracht, die alleen op geladen deeltjes zoals protonen en elektronen,
invloed heeft, werkt de zwaartekracht in op alle materie, dus ook op bv.
neutronen. Gravitatie is echt de organisator van het heelal. Als je een
projectiel afschiet met een snelheid van 11,2 km/sec.
(ontsnappingssnelheid) komt dat in een vrije val om de aarde, net zoals
in principe de maan om de aarde, en de aarde om de zon in vrije val
draaien.
Aansluitend werd
nog een film vertoond over dit onderwerp.
Heel grappig om te
zien was een opname in een achtbaan. Iemand had een tennisbal in zijn
hand, en toen hij in vrije val naar beneden stortte, liet hij die bal
los, en die bleef zweven voor zijn hand. Immers, achtbaan en passagier
en tennisbal staan onder invloed van dezelfde zwaartekracht, een
universele kracht dus.
Truus van der
Heijden.
|
Onze zon: Is
momenteel een ster van
spectraalklasse G2. Dat
betekent dat zij een gele ster is, veel heter en zwaarder dan de
gemiddelde ster, maar veel kleiner dan de blauwe reuzensterren. De
berekende levensduur van een ster als de Zon, dat wil zeggen de tijd
waarin kernreacties haar van energie voorzien, bedraagt 10 miljard jaar.
Net als andere sterren is ook de Zon uit een moleculaire waterstofnevel
ontstaan. Deze nevel bevatte al resten van eerder gevormde en weer
geëxplodeerde grotere sterren, wat de aanwezigheid van zware
metaalkernen in het zonnestelsel verklaart. De Zon bevindt zich op
ongeveer 27 000 lichtjaar van het
centrum van ons sterrenstelsel de Melkweg. De Zon beweegt zich
met een snelheid van ongeveer 220 km/s in
ongeveer 226 miljoen jaar eenmaal rond het
centrum van ons sterrenstelsel. Binnen het melkwegstelsel is het een
onopvallende, min of meer gemiddelde ster. De Zon is niet vast,
maar in plasmatoestand, waardoor verschillende rotatiesnelheden mogelijk
zijn: de rotatiesnelheid aan de evenaar is sneller dan aan de polen.
De kern is het gedeelte van de Zon waar de dichtheid en
de temperatuur hoog genoeg zijn om fusiereacties te veroorzaken. De Zon
krijgt haar energie voornamelijk door de zogenaamde
proton-protoncyclus, mogelijk gemaakt door de enorme druk die de
eigen zwaartekracht van de Zon op de materie uitoefent, in de kern zo'n
2×1016
pascal. De temperatuur van de kern is ca 15 miljoen kelvin. Daar fuseert
waterstof tot helium. Per seconde wordt ca 700 miljoen ton waterstof in
ca 695 miljoen ton helium omgezet. Het verschil, 4,4 miljoen ton, wordt
uitgestraald in de vorm van gammastraling (fotonen) en neutrino's. De
meeste energie komt aanvankelijk vrij in de vorm van gammastraling. Deze
straling heeft in het interieur van de Zon een zeer beperkte reikwijdte
en steeds weer worden daar fotonen geabsorbeerd en weer uitgezonden als
fotonen van iets lagere energie. De energie doet er erg lang over om de
buitenste lagen van de Zon te bereiken. Schattingen variëren van 10 000
tot 170 000 jaar.
Corona :
De
corona kan prachtig worden waargenomen tijdens
zonsverduisteringen. De grootte wisselt met de zonneactiviteit en
ze kan zich bij de zonequator tot wel twee zonnediameters uitstrekken.
Tijdens een zonnevlekkenmaximum strekken de stralen van de corona zich
naar allerlei richtingen uit, tijdens een minimum alleen in een gebied
rond de zonne-equator. De buitengrens van de corona is niet scherp en ze
gaat over in de zonnewind. Op Aarde heeft de zonnewind en het
daarmee verweven elektrische veld ook invloed en veroorzaken botsingen
van de geladen deeltjes in de hoge atmosfeer het poollicht. Dit
verschijnsel treedt op aan beide polen, doordat de deeltjes de
magnetische veldlijnen van de Aarde volgen. Bij grote erupties op
de Zon kan er een verstoring van het aardmagnetische veld plaatsvinden
en kan het Noorderlicht ook op onze breedte worden waargenomen.
Zonneaktiviteit:
 |
 |
Geschiedenis van het aantal
geobserveerde zonnevlekken gedurende de laatste 250 jaar, die de
11-jarige cyclus toont. Op de Zon vinden veel nog nauwelijks begrepen
verschijnselen plaats. Zo treden zonnevlekken op en verschijnen
er o.a. protuberansen en zonnevlammen. Tijdens zonnemaxima
kunnen zelfs enorme catastrofes op de Zon optreden die op Aarde eveneens
een catastrofe kunnen veroorzaken. In 1859 was er zo een catastrofe op
de Zon zoals die door Richard Carrington werd geobserveerd en zorgden
inductiestromen voor vreemde verschijnselen in het telegraafnetwerk. Het
Noorderlicht was overal op Aarde waarneembaar en sterk genoeg om de
krant bij te lezen. Mogelijk zou een dergelijke catastrofe tegenwoordig
nog veel ingrijpender gevolgen hebben voor het elektriciteitsnetwerk (inductiestromen
in de leidingen), ruimtestations en satellieten (röntgenstraling,
geladen deeltjes}. Gelukkig treden uitbarstingen van deze grootte
slechts één maal per 500 jaar op. Kleinere uitbarstingen hebben al
enkele keren aanzienlijke schade veroorzaakt. De 11-jarige zonnecyclus
heeft een grote invloed op het zonneweer en heeft een belangrijke
invloed op het aardse klimaat. Minimale zonneactiviteit (met weinig of
geen zonnevlekken) lijkt verband te houden met lage temperaturen,
terwijl langer dan gemiddelde zonnecyclussen (met veel zonnevlekken)
lijken verband te houden met hogere temperaturen. In de 17de eeuw leken
de zonnecyclussen gestopt te zijn gedurende een aantal decennia. Er zijn
zeer weinig zonnevlekken geobserveerd gedurende deze periode. Gedurende
deze tijd, die bekend is als het Maunderminimum of Kleine ijstijd, waren
er in Europa zeer lage temperaturen. Vroegere uitzonderlijke lage
waarden zijn ontdekt via analyse van ouderdomsringen van
boomstammen en lijken verbonden te zijn met lager dan gemiddelde
wereldwijde
temperaturen.
Het Zonnestelsel met zijn planeten.
Het bekijken van de Zon, bijvoorbeeld bij een
zonsverduistering, moet met bescherming gedaan worden,
aangezien direct in de Zon kijken oogbeschadiging veroorzaakt.
Men gebruikt soms een lasbril (voor elektrisch lassen,
nummer 13 of 14) of een speciaal daarvoor gemaakte bril
(bijvoorbeeld een eclipsbril). Andere donkere materialen zoals
cd's, zwarte dia's of fotonegatieven kunnen (onzichtbaar
maar schadelijk) ultraviolet licht doorlaten. Gebruik dit
dus zeker niet! Het beste gaat men naar een planetarium of
sterrenwacht en koopt men een aangepaste bril. Het spreekt voor
zich dat men bij gebruik van een verrekijker of
telescoop nog veel voorzichtiger moet zijn. Een
vergrootglas kan in enkele seconden een stuk papier laten
verkolen. Veel telescopen bundelen nog veel meer zonlicht in het
brandpunt. Op deze manier kan de telescoop beschadigd worden.
Erger, het glasachtig lichaam kan hard opwarmen en het netvlies
kan verschroeid worden met blindheid als gevolg. De veiligste
manier van waarnemen met een telescoop is het zonsbeeld door
middel van oculairprojectie op een stuk wit papier of
aangepast scherm te projecteren, en op die manier indirect de
Zon te bekijken. Gebruik van oculairfilters alleen (die
geplaatst worden bij het oculair, vlakbij het brandpunt van de
telescoop) is niet veilig; door de hitte die in het filter
ontstaat kan het kapotspringen. Speciaal voor zonswaarneming
gemaakte objectieffilters (die vooraan op de tubus geplaats
worden) zijn, mits deugdelijk bevestigd, wel veilig. Het mooiste
zicht op de Zon biedt een H-alfa-filter (een smalbandig filter
dat licht van één kleur doorlaat, en wel de kleur die door de
waterstof op de Zon wordt uitgestraald; de golflengte is ca.
656,3 nm).
Er zijn
vele boeken geschreven over “onze levensbron” en deze avond -vol
van interessante informatie- was dan ook veel te kort maar
daarom niet minder boeiend. Frans Kint |
 |
|
vrijdag
19 maart |
Verslag bijeenkomst "Het wildste
weer in het heelal".

Schematische weergave
van de Big Bangtheorie
Ω > 1 Schematische
weergave van de Big Crunch
Voor het uiteindelijke lot van het heelal zijn er drie
gangbare theorieën: Big Rip - soms ook Big Chill genoemd - en minder
waarschijnlijk Big Crunch of nog Warmtedood. De reden waarom Big Rip nu
als meest waarschijnlijk geldt, is, dat uit de huidige waarnemingen de
uitdijing van het heelal overheerst
op de samentrekking door de zwaartekracht en op de toename van de
entropie.
Alles is afhankelijk van de massadichtheid Ω (omega) van
het heelal. Omega is de gemiddelde massadichtheid van het heelal gedeeld
door een kritische waarde van die dichtheid. Ω bepaalt het uiteindelijke
lot van het heelal.
Ω > 1
Dan zal de uitdijing uiteindelijk ooit tot stilstand komen en zal de
materie onder invloed van de zwaartekracht terug in elkaar storten (Big
Crunch). In dit geval spreekt men van een gesloten heelal. Alle materie
zal dan terug in één punt geconcentreerd zijn. De gravitatiekrachten
zullen zo groot zijn dat alle materie zal verdwijnen in een
singulariteit. Misschien ontstaat hieruit wel een nieuw heelal! Indien
het heelal zich op deze manier blijft herhalen spreekt men van een
pulserend heelal.
Ω < 1
Is Ω kleiner dan 1 dan is de aanwezige massa te klein om het heelal bij
elkaar te houden en zal het eeuwig blijven uitdijen. Dan hebben we te
maken met een open heelal. De sterrenstelsels zullen alsmaar verder uit
elkaar komen te liggen. Als de waterstof in de sterren is opgebruikt
zullen deze uitdoven en uiteindelijk zullen er nog slechts koude sintels
(-273°C) overblijven. Als protonen en neutronen stabiel zijn zullen deze
levenloze lichamen tot het einde der dagen door het heelal kruisen of
volgens andere bronnen evolueren naar een Bose-Einsteincondensaat.
Volgens de huidige
stand der waarnemingen zou een open heelal het meest voor
de hand liggende scenario zijn.
Ω = 1
Dan is de gemiddelde dichtheid van het heelal gelijk
aan de kritische densiteit. Wij spreken dan van een vlak heelal. Het
dijt dan nog wel uit maar met een steeds afnemende snelheid. Het
uiteindelijk resultaat is hetzelfde als het open heelal. Laten wij bij
bovenstaande beschouwingen niet uit het oog verliezen dat ons
zonnestelsel (en wij dus ook) dit niet zullen meemaken. De zon, die nu
ongeveer in de helft van haar levenscyclus is, zal binnen 5 miljard jaar
opzwellen tot voorbij de aardbaan en de aarde dus opslorpen. En zelfs
dat zullen we niet meemaken omdat al lang voordien alle leven van de
aarde zal verdwenen zijn door de verzengende hitte van de stervende zon.
De Big Rip of Big Chill
is de naam van een theorie van
Robert Caldwell van de Universiteit van Dartmouth en zijn collega’s Marc
Kamionkowski en Nevin Weinberg (Caltech) waarin ze stellen, dat als de
expansiesnelheid van het heelal blijft toenemen, dan niet alleen de
ruimte tussen sterrenstelsels groter zal worden, maar ook, dat de
sterrenstelsels, de sterren en planeten en zelfs atomen en kernen uit
elkaar zullen vallen. Ze zullen elk op zijn tijd uit elkaar vallen. Zo'n
60 miljoen jaar voor het einde wordt het Melkwegstelsel uit elkaar
getrokken, zo'n 3 maanden voor het einde is het zonnestelsel hetzelfde
lot beschoren. De Aarde valt zo'n 30 minuten voor het einde uiteen en
uiteindelijk vallen alle atomen uit elkaar, ongeveer 10-19
seconden voor het einde. Het doemscenario hierboven houdt geen rekening
met de zekerheid, dat de Aarde al voor het einde van het heelal zal zijn
vernietigd door de uitdijende Zon aan het einde van haar leven, over
ongeveer 5 miljard jaar.Uit waarnemingen gedaan in de jaren 90 van de
twintigste eeuw zou blijken, dat de snelheid waarmee het heelal uitdijt
steeds groter wordt. Volgens Caldwell zouden de zwaartekracht en de
cohesiekrachten die atoomkernen bij elkaar houden niet voldoende zijn om
deze expansie te weerstaan.
De theorie is genoemd naar het tegenovergestelde van een theoretische
ontstaansmogelijkheid van het heelal, de Big Bang.Een alternatieve
mogelijke eindbestemming van het heelal wordt de Big Crunch genoemd.
De Big Chrunch
is het theoretisch tegenovergestelde van
de big bang, de ineenstorting van het heelal in de zeer verre toekomst
als gevolg van de zwaartekracht. Deze hypothetische gebeurtenis vindt
alleen plaats als de hoeveelheid materie in het heelal groot genoeg is.
Indien de hoeveelheid kleiner is dan de kritische massa, zal het heelal
oneindig blijven uitdijen en afkoelen. Deze andere mogelijkheid wordt
ook wel de Big Chill of Big Rip genoemd. Recente waarnemingen hebben
echter aangetoond dat de snelheid waarmee het heelal uitdijt, veel te
groot is geworden om te laten afremmen door de zwaartekracht. Gas-en
stofwolken zullen zich steeds verder van elkaar bevinden zodat er een
minder hoge concentratie zal zijn van gas en stof in het heelal.
Hierdoor zullen er minder sterren gaan ontstaan en sterrenstelsels
zullen in aantal gaan afnemen. Maar dit is nog voor de verre toekomst.
Recent onderzoek aan de kosmische achtergrondstraling door de WMAP-
satelliet heeft aangetoond dat de kritische massa van het heelal
precies 1 bedraagt. Dit heeft tot gevolg dat het heelal langzamer zal
uitdijen en dat de snelheid asymptotisch tot nul nadert. Ook het
onderzoek naar type 1A supernovae (Supernova Cosmology Project) heeft
echter aangetoond dat de uitdijing van het heelal niet afneemt, maar
juist toeneemt. Een Big Crunch zal waarschijnlijk niet plaatsvinden,
maar aangezien we slechts een beperkte kennis hebben over het heelal
valt het niet volledig uit te sluiten.
De warmte dood
is een mogelijk 'einde' van het heelal dat
wordt veroorzaakt door de toename van de entropie (de tweede wet van de
thermodynamica). Omdat entropie enkel toe kan nemen, en de maximale
entropie eindig is, zal het heelal wanneer het op deze maximale entropie
is, niet meer veranderen en als zodanig 'dood' zijn. De reden dat dit
'warmtedood' heet, is wellicht omdat warmte de vorm is waarin energie de
hoogste entropie kan krijgen, en alle energie dus in warmte is omgezet.
De eerste die het idee van een warmtedood naar voren bracht was Herman
von Helmholtz in 1854. Volgens de huidige scenario's van de warmtedood
moet alle materie eerst in zwarte gaten samenkomen, omdat dat de hoogste
entropietoestand voor gravitatie is. Deze zwarte gaten verdampen
vervolgens door Hawkingstraling, waarna de warmtedood optreedt als de
resulterende straling in een thermodynamisch evenwicht komt. Volgens
sommige kosmologen zal een warmtedood niet kunnen plaatsvinden doordat
de uitdijing van het heelal de maximaal mogelijke hoeveelheid entropie
doet toenemen. Als dit sneller gaat dan de daadwerkelijke toename van de
entropie, zou het heelal juist verder en verder van een warmtedood
afgaan: big chill of Big Rip.
Er is nog een ander argument tegen de redenering: de
tweede hoofdwet van de thermodynamica zou namelijk juist een gevolg zijn
van de uitdijing van het heelal, omdat de uitdijing werkt als absorber
van straling en dus de randvoorwaarde bepaalt die een zin geeft aan de
tijd, de zogenaamde time arrow. Een argument hiertegen is dan
weer, dat CP-symmetrie geschonden wordt en CPT-symmetrie tot dusver in
geen enkel experiment, zodat T-symmetrie moet geschonden worden en de
tijd dus ook al op microscopische schaal een zin zou moeten hebben.
Frans Kint |